Meerjarenbegroting gaat in tegen Eurosceptici, maar mist ambitie om grote uitdagingen aan te pakken

Ondanks tegenstand van een aantal lidstaten, waaronder België, stelt de Europese Commissie toch een meerjarenbegroting voor die lichtjes groeit. Je kan inderdaad niet van de EU verwachten dat ze steeds meer doet met steeds minder middelen, maar echt ambitieus kan je de begroting niet noemen.

Nu Groot-Brittannië de Unie verlaat, zagen Eurosceptici in sommige lidstaten de kans schoon om te pleiten voor extra bezuinigingen. Ook in ons land riep de grootste regeringspartij: Europa is uit op uw geld! in een poging de bevolking op te zetten tegen de ‘geldverslindende Unie’. Maar laat ons hierover erg duidelijk zijn: slechts 1 procent van het bruto nationaal inkomen van Europa gaat naar de EU-begroting - de Commissie wil dat nu optrekken naar 1,11 pct - en zowat 94 procent daarvan keert gewoon terug naar de lidstaten. 

Met die bescheiden verhoging verzet de Commissie zich weliswaar tegen de Eurosceptische en nationalistische stemmen in de lidstaten, maar slaagt ze er onvoldoende in om ambitieus naar de toekomst te kijken. De Unie staat immers voor grotere uitdagingen dan ooit tevoren, uitdagingen die lidstaten niet alleen de baas kunnen, zoals migratie, klimaatverandering, disruptieve technologieën en onstabiele regio’s aan de grenzen van de Unie. Alleen door de krachten te bundelen, ook budgettair, kunnen we die uitdagingen aan. 

De meerjarenbegroting voorziet voor het eerst bijkomende mogelijkheden voor de EU om meer eigen inkomsten op te halen. Dat is voor ons cruciaal. Wij stemmen immers geen meerjarenbegroting die niet voorziet in een toename van de eigen inkomsten. Dat ruim 80 procent van de huidige begroting afkomstig is van bijdragen van de lidstaten is een abberatie. Het zorgt er niet enkel voor dat de Unie voortdurend moet bedelen, het voedt ook de naijver tussen de lidstaten en het Euroskeptische discours van nationalisten en populisten dat ‘Europa uit is op uw geld’. Voor de Europese sociaal-democraten moet minstens 60 procent van de Europese begroting uit eigen middelen afkomstig zijn, zodat ook de bijdragen van de lidstaten drastisch kunnen dalen. Met de nieuwe voorstellen van de Commissie zijn we daar nog lang niet. De nieuwe eigen inkomsten zullen nu 12 procent van de Europese begroting bedragen.

De toename van het aandeel ‘eigen inkomsten’ komt niet van de ‘hardwerkende burger’, maar van diegenen die vandaag geen of nauwelijks belastingen betalen of van vervuilers. Het gaat ondermeer over 5 procent van de opbrengsten van de Europese vennootschapsbelasting (CCCTB), 20 pct van de inkomsten van emissiehandel en van een taks op niet gerecycleerde plastic-verpakkingen. Op tafel lag ook het voorstel om een deel van een nieuwe belasting op Internetgiganten zoals Google of Facebook in de meerjarenbegroting op te nemen, maar dat haalde de definitieve teksten niet. Heel wat landen, waaronder ook België, verzetten zich immers tegen een eerlijke belasting voor internetgiganten.

Het begrotingsvoorstel van de Commissie heeft sterktes en zwaktes. Positief is dat het inzet op een aantal nieuwe prioriteiten. De kust- en grensbewaking van Europa mag rekenen op een vertienvoudiging van het personeel en een verdriedubbeling van de budgetten. Ook voor defensie voorziet Europa meer geld. De Commissie speelt daarmee in op de vraag van de Europese burger voor een betere bescherming. Maar de Commissie zet ook in op jongeren met een verhoging van de Erasmusmiddelen en op innovatie met meer geld voor onderzoek. 

Voor andere belangrijke uitdagingen zijn de voorstellen ondermaats. Zo verhoogt de Commissie bijvoorbeeld het aandeel van de begroting dat naar klimaatbeleid moet gaan van 20 naar 25 procent, maar dat zijn louter cijferspelletjes. Het is immers zinloos om een bepaald percentage te besteden aan klimaatactie, als al de rest van de investeringen die inspanningen kan ondergraven.  Dat betekent dat in alle sectoren, uitgaven die in strijd zijn met de energie- en klimaatdoelstellingen moeten geschrapt worden. Het moment is bijvoorbeeld aangebroken om te stoppen met het subsidiëren van fossiele brandstoffen, waaronder ook de geplande investeringen in nieuwe gasinfrastructuur. De cohesiefondsen die achtergestelde gebieden in Europa extra middelen geven om aan te sluiten bij de rest van de Unie, moeten ook gebruikt worden om koolstof-intensieve regio’s in vooral Oost-Europa de omslag te laten maken naar hernieuwbare energie en energie-efficiëntie.

Tot slot was het voor deze begroting ook uitkijken naar de link die de Commissie zou maken tussen de bescherming van de rechtsstaat en het toekennen van Europees middelen aan lidstaten. De discussie ontstond nadat landen als Polen en Hongarije - beiden belangrijke netto-ontvangers - de Europese basiswaarden met betrekking tot de democratie en de rechtsstaat naast zich neerlegden. De Commissie argumenteert nu dat landen een onafhankelijke rechtspraak moeten hebben in het geval er geknoeid wordt met Europees geld en verschuift de discussie van een waardendebat naar een debat over ‘behoorlijk financieel beheer’. Het zal voor de Raad makkelijker worden om een procedure voor sancties in gang te steken en voor de geviseerde lidstaten lastiger om zich daar tegen te verzetten. Maar belangrijker is dat de Commissie niet wil dat ‘onschuldigen gestraft worden’. Het schrappen of terugvorderen van bijdragen zal dus niet ten koste kunnen gaan van de projecten die daarmee gefinancierd werden. 

De voorstelling van de Meerjarenbegroting was een eerste stap in een langer proces, waarin de algemene principes en bedragen bekend werden gemaakt. Meer gedetailleerde informatie volgt later deze maand. De voorstellen moeten nog onderhandeld worden met de Raad en het Europees parlement. Of de begroting goedgekeurd wordt voor het einde van deze legislatuur is niet zeker, hoewel dat wel de bedoeling is.