Het Europese klimaatbeleid moet ook een verhaal zijn van internationale solidariteit

Op 31 oktober gaat in Glasgow de 26ste klimaattop van start. Hoog tijd, want als we de doelen van het klimaatakkoord van Parijs willen halen, moeten landen wereldwijd hun inspanningen drastisch vergroten. “Met de Green Deal en het Fit For 55-pakket zet Europa zichzelf op koers om het eerste klimaatneutrale continent te worden tegen 2050. Maar als we ons leiderschap in de strijd tegen klimaatverandering willen waarmaken, zullen we ook een sterke rol moeten spelen op het internationale toneel,” zegt Europees Parlementslid Kathleen Van Brempt (Vooruit).

We zien steeds vaker welke verwoestende impact klimaatverandering heeft op onze aarde, onze leefomgeving en onze samenleving. Denk maar aan de overstromingen in België en Duitsland afgelopen zomer en de bosbranden na extreme droogte in Griekenland. “Met het klimaatakkoord van Parijs heeft de wereld zich een duidelijk doel gesteld: de globale opwarming van de aarde beperken tot maximaal anderhalve graad Celsius,” zegt Van Brempt. “Die doelstelling halen we vandaag nog niet. En dus moeten alle spelers een tandje bijsteken. Het is daarom uitkijken naar de concrete actie die zal voortvloeien uit de COP26.”

Daarbij heeft de Europese Unie een belangrijke rol te spelen. “In eerste instantie omdat we met onze Green Deal en onze klimaatwet wereldwijd een voortrekkersrol opnemen in de transitie naar een klimaatneutrale samenleving en duurzame economie,” zegt Van Brempt. “Maar als we onze eigen ambities willen waarmaken zullen we ook andere delen van de wereld, het globale Zuiden in het bijzonder, moeten helpen om die transitie op gang te trekken.”

Volgens Van Brempt betekent dat in eerste instantie dat Europa strategische partnerschappen rond klimaatactie en duurzame transitie moet uitbouwen. “We zetten zelf onze eigen normen, maar moeten tegelijk ook kijken wie de andere koplopers in die duurzame transitie zijn, hoe we elkaar kunnen versterken én vooral hoe we ook achterblijvers kunnen stimuleren om hun uitstoot drastisch af te bouwen en hun economie te verduurzamen.” 

Eén van de sterkste hefbomen van de Europese Unie op dat vlak is ons internationaal handelsbeleid. “Wie onze handelspartner wilt zijn, moet ook een partner op vlak van duurzaamheid en transitie zijn,” zegt Van Brempt. “Daarom willen we dat de hoofdstukken rond handel en duurzame ontwikkeling, waarin de afspraken rond klimaat, milieuzorg en mensenrechten worden opgenomen, afdwingbaar worden én willen we een sanctiemechanisme voor wanneer die afspraken niet worden nageleefd.” Ook werkt de Europese Unie aan een koolstofgrensmechanisme. “We vragen grote inspanningen van onze eigen industrie, maar op onze markt komen nog steeds heel wat producten en goederen terecht die aan veel lagere standaarden worden geproduceerd buiten de Unie. Met het koolstofgrensmechanisme brengen we die milieukost mee in rekening. Daardoor stimuleren we ook bedrijven buiten de Unie om hun productie te verduurzamen.” 

Maar naast de inspanningen die Europa levert via haar internationaal handelsbeleid, moeten we ook onze klimaatfinanciering stevig optrekken én inzetten op het delen van duurzame en innovatieve technologie met ontwikkelingslanden. “Wat we zeker niet willen, is dat de goedkoopste en vaak ook meest vervuilende technologie wordt verkocht aan ontwikkelingslanden, waardoor hun uitstoot de komende decennia sterk zou toenemen,” zegt Van Brempt. “Laat ons ontwikkelingslanden ondersteunen om hun economie meteen te verduurzamen en de nodige technologie delen zodat armere landen mee kunnen stappen in de transitie naar een klimaatneutrale samenleving.” 

De strijd tegen klimaatverandering en de transitie naar een duurzame en klimaatneutrale samenleving is een verhaal van samenwerking en internationale solidariteit. “Glasgow is het moment om die globale klimaatcoalitie een duwtje in de rug te geven en de wereld op koers te zetten om het klimaatakkoord van Parijs ook echt waar te maken.”