Er in of er uit, that’s the question

 De Britten moeten nu maar eens duidelijkheid scheppen over hun lidmaatschap van de Unie. Vandaag staan ze een verdere vooruitgang op het vlak van sociaal en fiscaal beleid in  de weg. Precies op die terreinen willen we vooruitgang boeken. Als de Britten geen solidaire Unie willen, gaan we hen niet tegen houden. Er in of er uit, that’s the question.

 
Het vertrek van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie - het zogenaamde Brexit - is aan de overkant van het Kanaal al maanden onderwerp van debat. Het VK is altijd al een relatief koele minnaar van Europa geweest, een afstandelijkheid die het eiland wist te verzilveren in het zogenaamde Britse exceptionalisme: een hele reeks uitzonderingen, voordelen, kortingen én uiteraard het behoud van de eigen munt, het pond. 
 
Zolang de Europese economie in rustig vaarwater verkeerde, leverde dat vooral voordelen op, maar sinds de financiële crisis de golven opzwiepten, is die positie radicaal veranderd. Iedereen begreep dat een grensoverschrijdende crisis ook een sterke, grensoverschrijdende hand nodig had om haar te bedwingen. De Unie lanceerde de ene na de andere maatregel om de eurocrisis onder controle te krijgen, gaande van een wettelijk opgelegde beperking van de overheidsschulden, over een Europese controle op de begrotingen van de lidstaten, financiële steun aan noodlijdende landen, een striktere regulering van de financiële markten, tot een bankenunie... Het Britse exceptionalisme én haar positie buiten de eurozone zorgden ervoor dat het Verenigd Koninkrijk zich in de positie van toeschouwer wist gewrongen. Frankrijk en vooral Duitsland speelden de eerste violen, het ooit zo invloedrijke Verenigd Koninkrijk mocht in de coulissen toekijken. 
 
Waar wij ons vroeger zorgen maakten over de Britten, zijn we het Britse gezeur stilaan beu geworden. Toen de Unie het zogenaamde Fiscal Compact afsloot, dat het begrotingsbeleid verder harmoniseerde, waren Groot-Brittannië en Tsjechië de enige lidstaten die weigerden deel te nemen. De Unie krabbelde niet terug, maar creëerde zonder aarzeling een parallel samenwerkingsverband buiten de Europese structuren. Het Britse veto had dus niets opgeleverd, behalve een Brits isolement. Zo hebben we de Britten duidelijk gemaakt dat we niet van plan zijn op de rem te staan. Dat geldt ook voor het Britse protest tegen de bankenunie, dat niet kon verhinderen dat ze er komt. De crisis dwingt de EU immers om krachtige maatregelen te nemen.
Diezelfde crisis heeft nog een andere dynamiek in gang gezet. Waar nog niet zo lang geleden waarnemers én zelfs Europese toppolitici filosofeerden over het uiteenvallen van de Unie, of toch op z’n minst de afsplitsing van Griekenland als een realistisch scenario bestempelden, zijn de geesten in een heel andere richting gerijpt. We evolueren in Europa naar een diepere integratie met meer samenwerking. 
 
De Britse premier Cameron wil nu een referendum houden over het lidmaatschap. Het bizarre is dat hij dat inmiddels heeft afgezwakt en dat het referendum niet meer gaat over uit de Unie stappen of er in blijven. Het gaat nu over een aantal bevoegdheden die Cameron wil repatriëren naar Londen. Wat die bevoegdheden zijn, zullen we vrijdag weten, als Cameron zijn langverwachte Europa-speech houdt in Nederland. Ik vrees dat het slechts een light-versie van het gekende ‘hou-ons-tegen-of-we-doen-iets’ wordt. Alleen heeft Cameron niet zo heel veel troeven in handen. Het VK bengelt al los aan de Unie omwille van een batterij uitzonderingen. Nog wat extra uitzonderingen en de broze schakel breekt. Wellicht wil Cameron de belangen van de Londense City veilig stellen en verhinderen dat de impact van Brussel te groot wordt. Dat Cameron precies de privileges wil beschermen van de knapen die aan de basis lagen van de eurocrisis is hallucinant, omdat wij net proberen de wilde uitwassen van de bankensector aan banden te leggen.
 
De Europese sociaaldemocraten zijn gewonnen voor de voltooiing van de Europese constructie, die vandaag wankelt op haar ene, economische pijler, maar ook een sociale en fiscale pijler nodig heeft om een solidaire en slagkrachtige Unie te worden. Rond fiscaliteit en sociaal beleid zitten de Britten nog wel mee aan tafel. Maar ze verhinderen dat Europa stappen vooruit kan zetten. Cameron mag wat mij betreft een referendum houden, maar hij moet dan wel de juiste vragen stellen: “Willen de Britten vooruit, dan zal het mét een solidaire Unie zijn. Willen ze géén Unie waarin solidariteit de hoeksteen vormt, dan spelen ze wat mij betreft niet meer mee. Bevoegdheden repatriëren zal in elk geval op een no pasarán botsen. Misschien willen we, om Cameron geen gezichtsverlies te laten lijden, nog wat cosmetische aanpassingen door de vingers zien, maar een heronderhandeling van de verdragen zit er niet in. De Britten hebben recht op duidelijkheid: er in of er uit, that’s the question. De Europese crisis kunnen we enkel samen aanpakken met een gedeelde toekomstvisie op een solidair Europa. Cameron heeft geen visie op Europa en nog minder op solidariteit. Hij beperkt zijn ‘visie’ louter tot de  bescherming van Britse belangen in de EU. Dat zou in de toekomst wel eens geen enkel belang meer kunnen spelen.