De bevrijding was niet enkel het einde van WOII, maar vooral het begin van onze Europese waarden.

8 mei 2020. Exact 75 jaar geleden maakten de capitulatie van Duitsland en de bevrijding een einde aan de Tweede Wereldoorlog. Wie dat niet weet, zou die dag vandaag haast zomaar durven vergeten. Want in tegenstelling tot het Einde van de Eerste Wereldoorlog wordt V-Day als sinds 1974 niet meer officieel gevierd in ons land. Nochtans markeert 8 mei veel meer dan de overwinning op het fascisme. Het was de start van langste periode van vrede, vrijheid en democratie die Europa ooit heeft gekend. 

Die dag kan niet los worden gezien van wat we morgen, op 9 mei, vieren: Europa-dag of de verjaardag van de Shuman-verklaring in 1950. Want de bevrijding in Europa legde de basis voor de verklaring die de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Robert Shuman, vijf jaar later zou uitspreken: “Daar Europa niet tot stand gekomen is, hebben wij de oorlog gekend.” Vandaag, 70 jaar later, doet het goed om te herinneren dat Europa in haar essentie veel meer was dan een loutere economische samenwerking, maar een vredesproject en een erkenning van onze gemeenschappelijke waarden, onze gezamenlijke toekomst en onze onderlinge solidariteit.  

Vandaag zijn vrede, vrijheid en democratie een evidentie geworden. Zelfs in zo’n mate dat een tijdelijke lockdown in het kader van onze gezamenlijke strijd tegen COVID-19 bevreemdend en bizar aanvoelt. Maar we doen er in Europa goed aan om deze waarden blijvend te verdedigen en waakzaam te zijn voor de autocraten, populisten en extremisten die deze waarden niet onderschrijven.  

Terwijl in heel Europa mensen de overwinning van de democratie tegenover het fascisme vieren en herdenken, staat diezelfde democratie in bepaalde lidstaten van de Europese Unie vandaag steeds meer onder druk. In het verdedigen van waarden als democratie, vrijheid, de rechtstaat en de persvrijheid, moet Europa vandaag haar tanden nog laten zien. Niet enkel tegen de bedreigingen van buitenaf, zoals Poetin, Trump of Erdoğan, maar veel meer nog tegen de bedreigingen van binnenuit. 

Want de verregaande Orbanisering waar populisten in heel Europa zo graag tegenaan schurken, is niets minder dan een aanval op de fundamenten van die Europese samenwerking. “Democratie is een werkwoord,” zei de Canadese schrijver en filosoof Michael Ignattief vorig jaar tijdens een bezoek aan Nederland. Enkele maanden daarvoor had Ignatieff, als rector van de Central European University, onder druk van Orban de deuren van de campus in Boedapest moeten sluiten. Het is slechts één van de talrijke voorbeelden van hoe nationalisten en populisten, niet enkel in Hongarije overigens, steeds harder inbeuken op de fundamenten waarop de Europese Unie is gebouwd.  

De huidige crisis heeft in sommige gevallen de macht van autocratische en populistische leiders op hun land zelfs nog versterkt. Zo trok onder meer Orban de lakens volledig naar zich toe en stuurde hij een democratisch verkozen parlement wandelen. En ook in Polen staat de rechtstaat onder druk. De Amerikaanse ngo Freedom House, die wereldwijd de staat van de democratie en de vrijheid monitort, waarschuwt zelfs voor het in elkaar vallen van de volledige democratie in bepaalde Oost-Europese lidstaten.  

Ook in andere Europese landen pleiten nationalisten en populisten steeds vaker voor een terugkeer naar de grenzen van de natiestaat. Laat het net die nationalistische reflex zijn die vandaag oplossingen vaak in de weg staat. Want laten we eerlijk zijn, als de Europese Unie vandaag van crisis naar crisis hinkt, dan komt dat om door een gebrek aan meer en betere Europese samenwerking. Elke crisis opnieuw nemen nationalistische reflexen en eigen politieke aspiraties de bovenhand. Van de economische en financiële crisis van 2007 tot de migratiecrisis in 2015, van de aanpak van COVID-19 tot de strijd tegen klimaatverandering. Waar Europese samenwerking ontbreekt, ontbreken ook de oplossingen die de bevolking van ons verwacht.  

Wil Europa meer zijn dan een economisch project, dan zal ze ook het lef moeten hebben om veel sterker op te treden tegen landen die onze gezamenlijke waarden met de voeten treden. Gebeurde dat in het verleden al in woorden, dan wordt het vandaag hoog tijd om eindelijk de daad bij het woord te voegen. Want waar wachten we nog op? Want hoewel het Europees Parlement ondertussen 2 jaar geleden de artikel 7-procedure tegen de Hongaarse regering opstartte, blijven de Europese Commissie en de Europese raad talmen om strenger op te treden. Waar wachten we nog op om deze landen financieel te sanctioneren door EU-fondsen te schorsen, verminderen of helemaal schrappen? Wanneer gaat de Europese Volkspartij (waartoe ook de CD&V behoort) eindelijk de moed hebben om Orban’s Fidesz-partij de deur te wijzen? En wil de N-VA echt nog deel uitmaken van een fractie onder leiding van de Poolse PiS? Wanneer maakt de Europese Commissie eindelijk werk van de onafhankelijke Europees waakhond om de staat van de democratie, de rule of law en de fundamentele rechten in elke lidstaat te monitoren?  

Laat vandaag (en morgen) dus niet enkel de dag zijn waarop we de bevrijding, de vrede en de democratie vieren. Laat ons die dagen aangrijpen om luidop de verdediging van die waarden op te nemen. Of zoals de Britse actrice Sheila Hancock aan de vooravond van het Brexit-referendum zei: “Surely we can solve our problems better if we're united, than if we close ourselves and shut our eyes. I am so proud to be British, really really I am. But I am also proud to be European." En gelijk heeft ze. 

LEES