Akkoord over Europese meerjarenbegroting is ondermaats

 Het Europees Parlement heeft zopas een politieke resolutie aangenomen over het akkoord dat de voorzitter van het Europees Parlement en het Iers Voorzitterschap vorige week bereikten over de Europese meerjarenbegroting 2014-2020. Die zal pas in het najaar ter stemming voorliggen. Het parlement verwelkomt intussen het akkoord, weliswaar met kritische opmerkingen, in een politieke resolutie. Maar de sp.a-delegatie is noch gelukkig met de resolutie, noch met het bereikte akkoord.

Omwille van allerlei technische redenen, kan het akkoord dat bereikt werd tussen de voorzitter van het Europees parlement en het Ierse voorzitterschap van de EU pas in het najaar gestemd worden. Daarom heeft het Europees parlement vandaag al een politieke resolutie gestemd die het akkoord verwelkomt. Het parlement wijst er op dat er op haar aandringen al enkele toegevingen werden gedaan, maar somt toch een hele lijst kritische bedeningen op. Die zijn vooral technisch van aard, terwijl het akkoord toch ook een bikkelharde inhoudelijke kritiek verdient.

Om die reden is de sp.a-delegatie in het Europees parlement niet gelukkig met de politieke resolutie. Wij kunnen het akkoord zoals het nu voorligt evenmin steunen. Fundamenteel verandert er immers zo goed als niets aan de basis die door de staatshoofden en regeringsleiders in februari werd uitgewerkt. De EU krijgt met dit akkoord de volgende 7 jaar een begroting die gericht is op het verleden, terwijl we meer dan ooit een beleid nodig hebben dat ons een toekomst biedt. Daarin zijn investeringsmiddelen en middelen om de strijd tegen de jeugdwerkloosheid te voeren absoluut noodzakelijk.

Het bereikte akkoord verdedigt onvoldoende het algemene Europese belang. Zelfs de toegevingen die het parlement heeft kunnen afdwingen, zoals de 'frontloading' van middelen voor de strijd tegen jeugdwerkloosheid dreigen een vergiftigd geschenk te worden. Want het concentreren van deze middelen in het begin van de budgetperiode gaat niet gepaard met het optrekken van het jaarlijkse uitgavenplafond. Met andere woorden: voor elke Euro die wordt uitgegeven aan de bestrijding van jeugdwerkloosheid in de lidstaten, moeten er andere investeringen worden uitgesteld tot later. Dit ondergraaft natuurlijk nog meer de mogelijkheid van het EU-budget als investeringsbudget.