Eenvierde van alle producten voldoet niet aan de Europese regels. Strengere controles zijn nodig.

Het Europees parlement debatteert straks over de aanpassing van de eco-designrichtlijn. Vandaag moeten producten zo ontworpen worden dat ze minder energie verbruiken. Maar wij willen ook dat ze herbruikbaar, repareerbaar en recycleerbaar worden, zodat we minder afval produceren. We moeten ook beter controleren of producten aan de Europese regels voldoen, want dat is nu in 25 procent van de gevallen niet zo. Bedrijven die sjoemelen moeten streng gesanctioneerd worden.

Eurosceptici gebruiken het vaak als argument om aan te tonen dat de EU zich met absurde en zinloze regelgeving bezig houdt: ‘Ze willen in Brussel bepalen welk soort stofzuiger we moeten kopen.’ Zelfs tijdens de Brexitcampagne werden de Britten opgestookt met het schrikbeeld dat Europa hun elektrische theekoker en toaster aan banden wilde leggen. Maar wat futiel en bemoeizuchtig klinkt, heeft in werkelijkheid een gigantisch effect op de hoeveelheid energie die we verbruiken en de afval die we produceren in de EU. Bijna 80 procent van de milieu-impact van een product wordt bepaald in de ontwerpfase. Door striktere ontwerpvoorwaarden op te leggen - zogenaamde ecodesign-regels - kunnen we niet enkel enorm veel energie besparen, maar ook bijdragen aan de drastische inkrimping van de afvalberg.

De ecodesign-wetgeving vormt een tandem met de wetgeving rond energie-labeling die aan de consument duidelijk maakt hoeveel energie een toestel - de koelkast bijvoorbeeld - verbruikt. Beide wetgevingen samen kunnen zorgen voor een energiebesparing die drie keer het jaarlijkse energieverbruik van België bedraagt of tien keer de elektriciteitsproductie van de Belgische kerncentrales. Ecodesign en energie-labeling kunnen de helft van de energiebesparingsdoelstellingen voor 2020  helpen bereiken. Verdere maatregelen kunnen zelfs tegen 2030 een extra besparing ter grootte van het energieverbruik van Zweden opleveren. Die maatregelen zijn ook goed voor de portemonnee van de consument. Ze kunnen een gezin tot 490 euro per jaar laten besparen. En ze leveren extra jobs op: zo’n 800.000 in heel Europa.

Het Europees parlement vraagt al sinds 2015 een herziening van de ecodesign-richtlijn. Omdat de Commissie talmt, besliste het parlement zelf het initiatief te nemen. Wij willen vooral een uitbreiding van de maatregelen om producten energie-efficiënter én schoner te maken. Vandaag bepaalt de ecodesign-wetgeving vooral energieprestaties, maar dat is een veel te beperkte invalshoek. We evolueren in Europa immers naar een circulaire economie, waarbij we maximaal afval willen vermijden. Dat betekent dat producten in de toekomst ook maximaal repareerbaar, herbruikbaar en/of recycleerbaar moeten zijn. Zo wordt slechts 1 tot 5 procent van de zeldzame grondstoffen die vandaag in de productie van mobiele telefoons gebruikt worden, zoals wolfraam, kobalt, grafiet of indium, gerecycleerd. We moeten er bijvoorbeeld ook voor zorgen dat in plastic producten een minimumaandeel gerecycleerde plastics gebruikt moeten worden. Het moet ook de bedoeling zijn dat producten zo weinig mogelijk zeldzame grondstoffen of schadelijke componenten bevatten. Producten zouden ook een digitaal ‘paspoort’ moeten krijgen dat verduidelijkt welke materialen erin verwerkt zitten.

Met haar voorstel wil het parlement de verantwoordelijkheid van producenten ook uitbreiden, door bijvoorbeeld de garantieperiode langer te maken en een minimum levensduur voor producten op te leggen. Iedereen kent het voorbeeld van de smartphone die slechts enkele jaren meegaat, of van producten die zo ontworpen zijn dat ze na een vastgelegde periode stuk gaan, de zogenaamde ‘ingebouwde veroudering’, die louter tot doel heeft om mensen te verplichten méér te consumeren.

Kathleen Van Brempt, die voor dit dossier schaduwrapporteur was in de industriecommissie, heeft ook een aantal amendementen ingediend die het markttoezicht moeten verscherpen. De controle op het naleven van de Europese regels is belabberd. Vandaag voldoet tot 25 procent van de producten op de markt niet aan de EU-regels. Dat betekent niet enkel dat consumenten belazerd worden, maar ook dat we daardoor zowat 10 procent van de vooropgestelde energiebesparing in de EU niet halen. Dat is evenveel als de volledige jaarlijkse elektriciteitsproductie van de Belgische kerncentrales. We moeten daar komaf mee maken. Het heeft geen zin om wetgeving te hebben, als die gewoon niet nageleefd wordt.

Daarom moeten de sancties voor overtreders verscherpt worden en moet de kans om betrapt te worden vergroten. Wij vragen dat in het kader van het markttoezicht een minimum aantal producten op de markt getest wordt, om te controleren of ze aan de Europese regels voldoen en dat de Europese Commissie zelf haar eigen onafhankelijk markttoezicht kan uitvoeren. Als producten getest worden, moet dat niet in kunstmatige labo-omstandigheden gebeuren, maar in omstandigheden die het gebruik in de realiteit zo dicht mogelijk benaderen. Dieselgate heeft ons immers geleerd dat laboratoriumomstandigheden aanleiding geven tot gesjoemel.

Het voorstel wordt straks in het parlement besproken en ligt morgen ter stemming voor.