Consumenten online beter beschermd

Het Europees parlement bevestigt vandaag twee wetgevingen die online-consumenten beter moeten beschermen tegen de cowboys van het internet. Nep-kortingen op het internet of valse reviews over producten zullen bijvoorbeeld tot het verleden behoren. 

Steeds meer Europeanen kopen allerlei producten online, niet enkel uit webshops in hun eigen land, maar ook in andere lidstaten. Maar regels en wetgeving die van toepassing zijn in de ‘fysieke’ markt gelden niet altijd voor de online markt. Vandaag bevestigt het Europees parlement twee wetgevingen die online-consumenten beter moet beschermen tegen de cowboys van het internet.

De meest directe impact voor de online consument zal het gevolg zijn van een richtlijn die de Europese regels voor consumentenbescherming vertaalt naar de onlinemarkt. Ze voorziet concrete maatregelen voor situaties waar iedereen die online actief is dagelijks mee geconfronteerd wordt. Zo moet het voortaan duidelijk zichtbaar zijn wanneer bedrijven betaald hebben om in jouw lijstje van zoekresultaten te verschijnen of hierin een bepaalde ranking te krijgen. Consumenten die online spullen aanschaffen, lezen daar vaak eerst de reviews over. Maar of die ernstig zijn, daar heeft iedereen het raden naar. De richtlijn verbiedt nu betaalde en valse reviews en onderwerpt reviews aan striktere regels, zodat consumenten zeker zijn dat ze een ‘echte’ beoordeling lezen. Als er online met kortingen wordt rondgestrooid zal de webshop in kwestie ook de referentieprijs moeten vermelden, teneinde misbruik te voorkomen. Die referentieprijs is de laagste prijs die in de 30 dagen voordien voor datzelfde product gevraagd werd. Er komt ook controle op schijnbaar “gratis” aangeboden diensten of producten waarvoor de consument eerst een arsenaal aan gegevens moet invoeren. We betalen dan immers wél een prijs, namelijk via het aanleveren van persoonlijke data.  Het Europees parlement maakt ook komaf met zogenaamde producten van “duale kwaliteit”. Het gaat over precies hetzelfde product, dat in verschillende lidstaten toch anders is samengesteld. Het gaat meestal over voedingsproducten, waar in sommige lidstaten ingrediënten van een minderwaardige kwaliteit in verwerkt worden. Zo zal een Tsjech in zijn fishsticks 7 procent minder vis aantreffen dan een Duitser voor exact hetzelfde product. We tolereren niet meer dat er tweederangseuropeanen zijn die het met minderwaardige producten moeten stellen. Uitzondering is als lidstaten bepaalde ingrediënten verbieden, zoals bvb de Scandinavische landen waar in babyvoeding geen zout of suiker mag zitten.   

Een tweede dossier regelt de verhouding tussen grote handelsplatforms en kleinere webshops. Online platformen, zoals Google, booking.com, Amazon en eBay zijn haast niet meer weg te denken uit de digitale markt. Meer dan een miljoen Europese ondernemingen gebruiken die platformen om hun klanten te bereiken en ongeveer 60 procent van de online verkoop van private goederen en diensten verloopt via een platform. Inmiddels zijn sommige platformen steeds belangrijker geworden in hun niche waardoor kopers en verkopers vaak andere websites links laten liggen. Zo ontstaan er bijna-monopolie posities voor die platformen die scheeftrekkingen in de markt veroorzaken. Eerder dan neutrale tussenpersonen, worden zij immers “gatekeepers” die bepalen welke producten of diensten de klanten te zien krijgen, in welke volgorde en tegen welke prijs. Bedrijven hebben dan de keuze: steeds hogere prijzen betalen en om het even welke voorwaarde slikken die de platformen opleggen om bovenaan het lijstje te komen, of, onderaan het lijstje bengelen of zelfs helemaal niet meer verschijnen. De nieuwe wetgeving zorgt voor meer eerlijkheid en transparantie in de relaties tussen bedrijven en platformen en herstelt de machtsverhoudingen. Hier zal ook de eindconsument uiteindelijk beter van worden.