Van Brempt wordt voorzitter onderzoekscommissie Dieselgate

Kathleen Van Brempt wordt de nieuwe voorzitter van de ‘Onderzoekscommissie naar de metingen van emissies in de automobielsector’ (EMIS), beter bekend als de onderzoekscommissie Dieselgate. De commissie zal onderzoeken waarom Europa er niet in geslaagd is de befaamde sjoemelsoftware te ontdekken én waarom het zo lang geduurd heeft voordat nieuwe wagens aan een test in reële rijomstandigheden werden onderworpen. Bedoeling is het handhavingsregime te verbeteren zodat gesjoemel wordt uitgesloten en nieuwe wagens op de Europese wegen eindelijk zullen voldoen aan de uitstootnormen die bijna 7 jaar geleden werden vastgelegd . “De Europeanen verwachten van ons een ‘ever cleaner Union’ met een wetgeving die hen beschermt tegen gesjoemel en die de ontwikkeling van schonere wagens stimuleert,” zegt Van Brempt.

De 45-koppige EMIS-onderzoekscommissie zal gedurende een jaar lang onderzoeken wat er is mis gelopen met de controle van de uitstootnormen van auto’s in de Europese Unie. Daartoe werd, onder leiding van de Europerse-sociaaldemocraten, door het parlement opgeroepen nadat in september van vorig jaar bekend raakte dat Volkswagen gebruik maakte van sjoemelsoftware om de reële NOx-uitstoot van haar dieselwagens te verhullen. “Dat is aan het licht gekomen in de Verenigde Staten,” zegt Van Brempt. “Wij willen weten waarom noch de Europese instanties, noch de instanties in de lidstaten die sjoemelsoftware konden ontdekken. De EU gaat er prat op dat ze beschikt over ambitieuze wetgeving die de burgers moet beschermen, maar als die in de praktijk niet wordt toegepast is zo’n wetgeving eigenlijk boerenbedrog. Het heeft geen zin om strenge normen te hebben, als in werkelijkheid auto’s vier tot zeven keer meer uitstoten dan toegelaten is.”

De commissie onderzoekt niet de fraude die mogelijk gepleegd werd door Volkswagen - dat gebeurt al door rechtbanken in verschillende lidstaten - maar de werking van de Europese en nationale instellingen. Zo zal de EMIS-commissie onderzoeken waarom de Europese Commissie en de lidstaten er niet in slaagden het bestaande verbod op sjoemelsoftware behoorlijk te controleren en af te dwingen, waarom het maar liefst acht jaar duurde alvorens de Europese Commissie een voorstel kon formuleren om auto’s te onderwerpen aan een test in reële rijomstandigheden, terwijl ze al sinds 2007 verplicht was om de testcycli voor auto’s te herzien en aan te passen. Er zal ook onderzocht worden waarom lidstaten er niet in slaagden te voorzien in effectieve en ontradende sancties. De onderzoekscommissie wil ten slotte ook nagaan of de Europese Commissie en de lidstaten weet hadden van het gebruik van sjoemelsoftware voor het schandaal in de VS aan het licht kwam op 18 september 2015. “De resultaten van ons onderzoek moeten het vertrouwen van de Europese burgers in de Europese instellingen opnieuw herstellen. De Europeanen moeten er zeker van zijn dat zij geen tweederangsburgers zijn die minder beschermd worden dan Amerikaanse burgers. Zij moeten er op kunnen vertrouwen dat de claims die beleidsmakers en autoconstructeurs maken inzake milieuprestaties correct zijn.” 

De maatschappelijke relevantie van de onderzoekscommissie is groot,” zegt Van Brempt. “Niet alleen ondermijnen dergelijke schandalen in de automobielsector het vertrouwen van de consument in de kwaliteit van Europese producten, ze brengen vooral ernstige schade toe aan de volksgezondheid. Luchtvervuiling veroorzaakt volgens het Europees Milieuagentschap op jaarbasis nog steeds 400.000 vroegtijdige overlijdens in de EU. Luchtverontreiniging is een sluipmoordenaar die we moeten uitschakelen. Het is onze plicht als Europese volksvertegenwoordigers om de gezondheid van de Europese burgers te beschermen.”

De hoofdopdracht van de onderzoekcommissie is nagaan wat er is mis gelopen, maar de commissie zal ook adviezen formuleren om te voorkomen dat het gesjoemel zich nogmaals zou voordoen . “Hoewel de aanleiding voor de onderzoekscommissie fraude met dieselwagens betrof, gaat het in essentie over de handhaving van uitstootnormen. Die hebben uiteraard ook betrekking op andere brandstoffen, zoals benzine. De dieselindustrie zal moeten aantonen dat ze met ‘schonere’ dieselwagens op de markt kunnen komen. Dat kan, want de technologie bestaat. Striktere normen stimuleren bovendien de innovatie en zijn dus op termijn zelfs gunstig voor de automobielsector. Maar schone technologie zal op het einde van de rit vooral belangrijk zijn voor de gezondheid van de Europese burgers.”