Strenger afvalbeleid op weg naar een circulaire economie

Tegen 2030 moet 70 procent van ons afval gerecycleerd worden; slechts 5 procent mag nog gestort worden. Dat besliste het Europees parlement in Straatsburg. Ook voedselverspilling wordt voor het eerst aangepakt. Afvalbeleid is belangrijk op weg naar een circulaire economie, maar om een afvalloze samenleving te creëeren zal er ook gewerkt moeten worden aan de ontwerp en productiezijde van de spullen die we maken.

Het Parlement stemde over de herziening van verschillende richtlijnen betreffende het afvalbeheer in Europa, meerbepaald de kaderrichtlijn afval, de verpakkingsrichtlijn, de stortrichtlijn en de richtlijnen over autowrakken, batterijen en afval van elektrische en elektronische apparaten. De nieuwe wetgeving moet ons op weg zetten naar een circulaire economie die afval zo goed als volledig kan beperken.

Zo’n 44 procent van het gemeentelijk huishoudelijk afval wordt in Europa gerecycleerd. Tegen 2020 moet dat 50 procent zijn en nu legt het parlement de lat op 70 procent voor 2030. Dat is ambitieuzer dan de 65 procent die de Commissie had voorgesteld. Voor verpakkingsmateriaal zoals papier, karton, plastic, metaal en hout moet de recyclagegraad zelfs 80 procent bedragen tegen 2030.

Ons land doet het goed met 53 procent recyclage en nauwelijks 1 procent van het afval dat nog gestort wordt, maar er zijn nog lidstaten die flink achterop lopen. In landen als Griekenland, Cyprus, Kroatië, Malta en Letland gaat nog drievierde van het gemeentelijk afval naar het stort. Voor het parlement moet storten beperkt worden tot 5 procent van het gemeentelijk afval, ambitieuzer dan de 10 procent die de Commissie voorstelt.

Het parlement wil ook wat doen aan voedselverspilling. In de Europa wordt jaarlijks zo’n 89 miljoen ton voedsel weggegooid, of 180 kilogram per persoon. Lidstaten hebben in het kader van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen beloofd iets aan voedselverspilling te doen, maar tot op heden bestaan er geen doelstellingen in de EU. Het parlement legt die doelstelling nu op een vermindering met 30 procent tegen 2020 en met de helft tegen 2030 (in vergelijking met 2014).

Die ambitieuzere doelstellingen van het parlement zijn niet enkel goed voor het milieu. Heel wat milieudossiers hebben immers een belangrijke sociaal-economische impact en dat is hier niet anders. De doelstellingen die door S&D rapporteur Bonafe vooropgezet werden, kunnen volgens de berekeningen van de Commissie tegen 2020 400.000 jobs en 72 miljard besparingen voor bedrijven opleveren. Als er bovendien een doeltreffender beleid zou worden gevoerd inzake hergebruik, bijvoorbeeld van textiel en meubilair, zou de jobcreatie kunnen oplopen tot 867.000 banen in 2030. Daarom hebben we ook een afzonderlijke hergebruikdoelstelling van 5 procent van het huishoudelijk afval vast gelegd. Dat moet er toe bijdragen dat een deel van het huishoudelijk afval gesorteerd wordt met het oog op hergebruik of herstel in plaats van dat het verbrand, gerecycleerd of gestort wordt.

De aangescherpte doelstellingen van het afvalpakket zijn bemoedigend, maar bieden ze slechts deels een antwoord op de vraag hoe we een echte circulaire economie bereiken. “Om echt te evolueren van een lineaire ‘make-take-dispose’ economie naar een circulaire economie moet afvalbeleid geflankeerd worden door een beleid dat ontwerp en productie aanpakt.

Producten moeten zo ontworpen worden dat ze langer meegaan en gemakkelijk repareerbaar, herbruikbaar en recycleerbaar zijn. Op die manier houden we een hoogwaardige kwaliteit van grondstoffen in een gesloten cirkel en kunnen we echt naar een circulaire economie evolueren. Wij roepen de Commissie dan ook op om hiervan werk te maken.