Nieuwe Europese MER-regels

Milieu-uitdagingen én meer publieksparticipatie staan centraal

Vanmiddag keurde het Europees parlement in Straatsburg het akkoord met de lidstaten goed over de herziening van de Europese richtlijn in verband met milieu-effectenrapportage (MER-richtlijn). Deze richtlijn werd voor het eerst geïntroduceerd in 1985 om de milieu-impact van publieke en private projecten te bewaken. De herziening stemt de regelgeving beter af op actuele milieuprioriteiten zoals biodiversiteit, het gebruik van natuurlijke grondstoffen, klimaatverandering en natuurlijke en door de mens veroorzaakte ramprisico's. De bedoeling is om een beter functionerende en geharmoniseerde milieu-effectenbeoordeling te krijgen, met minder administratieve lasten, een betere betrokkenheid van het publiek en met overduidelijke voordelen voor het milieu en de volksgezondheid.

De sociaaldemocraten in het parlement haalden heel wat van hun strijdpunten binnen, zoals de introductie van duidelijke tijdspaden om de besluitvorming vlotter te laten verlopen, meer accurate en wettelijk bindende toetsingscriteria en procedures voor projecten met duidelijke impact op het leefmilieu en  informatie over cumulatieve effecten van MER-plichtige projecten. Ook worden mogelijke belangenvermenging tussen de bevoegde instanties en de initiatiefnemers van projecten mee opgenomen en mogen lidstaten minder uitzonderingen toestaan.    

Waar een aantal van deze zaken nu al de normale praktijk zijn bij ons, ligt de lat in een aantal andere lidstaten nu nog een pak lager als het gaat over de ernst van milieu-effectenbeoordeling. Erg belangrijk ook is de verbetering van de mogelijkheden voor burgers om toegang te krijgen tot informatie, sterkere publieke inspraak en transparantie. De verschillen wat dat betreft zijn groot tussen de lidstaten van de Europese Unie en voor heel wat burgers betekent dit een grote stap vooruit wanneer ze in hun omgeving geconfronteerd worden met projecten met een mogelijke milieu-impact.   

Er was helaas een sterke blokkeringsminderheid in de Europese Raad die een allesomvattende invoering van een verplichte milieu-effectenbeoordeling voor schaliegasontginning tegen hield. Hoewel er in de milieucommissie van het parlement steun was voor dergelijke verplichting, ook voor kleinere schaliegasprojecten, haalde dit in de plenaire vergadering van het parlement eerder al geen meerderheid. Het is niettemin belangrijk om weten dat de ontginning van zogenaamde niet conventionele fossiele brandstoffen (schaliegas, steenkoolgas, teerzandolie...) nu al onder de MER-plicht valt voor volumes van meer dan 500 ton per dag voor olie en 500.000 m3 per dag voor gas. Omdat kleinere hoeveelheden niet MER-plichtig zijn, worden projecten nu vaak opgesplitst in onderdelen om aan die verplichting te ontsnappen. Deze achterpoort werd in het akkoord met de lidstaten gesloten omdat cumulatieve effecten van kleinere projecten samen moeten bekeken worden. Daarmee wordt schaliegaswinning de facto wel degelijk MER-plichtig, overal in de Europese Unie. Bovendien is het zo dat er nieuwe bindende criteria zijn die specifieke voorwaarden en procedures vastleggen wanneer het gaat over een potentieel risico voor de waterkwaliteit en de besmetting van water. Lidstaten kunnen op die manier voor de winning van schaliegas de verplichting om de milieu-impact van dergelijke projecten in kaart te brengen, niet langer omzeilen.   

Samengevat betekent deze herziening van de MER-richtlijn een belangrijke stap vooruit, waarbij onder meer de biodiversiteit en de klimaatimpact meer zullen doorwegen dan in het verleden. Het schrappen van de mogelijkheid om als lidstaat algemene uitzonderingen toe te staan voor bepaalde types van projecten, het garanderen van een grote betrokkenheid van het publiek en het creëren van meer transparantie, zijn belangrijke verwezenlijkingen om zowel de slagkracht als het draagvlak voor milieu-effectenbeoordelingen te verhogen.