Minder CO2 en schonere lucht? Conservatieven moeten kleur bekennen in Europees parlement

In de plenaire vergadering van het Europees parlement wordt morgen gestemd over strengere CO2 uitstootnormen voor wagens. Als het van de Europese Commissie afhangt wordt die beperking ondermaats voor de uitdagingen waar we voor staan. Ook de conservatieve fracties EPP en ECR willen géén ambitieuze doelstellingen en geen versnelde elektrificatie van de vloot. Bij de lidstaten is er dan weer een groeiende groep landen die beseft dat hogere ambities noodzakelijk zijn. Helaas blijft vooral Merkel dwars liggen om de Duitse verbrandingsmotor te beschermen.

De Europese Commissie wil dat wagens tegen 2030 30 procent minder CO2 uitstoten. Elk hoger streefdoel is volgens de Commissie schadelijk voor de industrie en zal tot jobverlies leiden. Maar haar eigen impactstudie spreekt dat tegen. Het jobverlies in de auto-industrie zelf zou beperkt blijven tot 0,5 procent, maar in totaal zouden er 92.000 jobs tot zelfs 151.000 jobs bijkomen, ondermeer in aanverwante industrieën zoals de productie van batterijen.

De sociaal-democraten hebben amendementen ingediend die meer ambitie tonen. Wij gaan voor een reductie met 45 procent tegen 2030. De conservatie fracties van de Europese christen-democraten (EPP) waarin CD&V zetelt en die van de reformisten (ECR), waarin N-VA zetelt, willen slechts een reductie met 35 procent. Maar zij zwakken zelfs die doelstelling verder af door ook te sleutelen aan andere maatregelen zoals het verplichte aantal ‘nul- en lage uitstootwapens’ (ZLEV’s), waar ze wagens willen laten onder vallen die helemaal geen lage uitstoot hebben. Wagens die tot 70 g CO2/km uitstoten moeten volgens de conservatieven ook als ZLEV’s beschouwd worden. Ze willen ook het gebruik van ‘hernieuwbare brandstoffen’ laten meetellen als CO2-inspanningen die constructeurs moeten leveren. Het gevolg van de EPP en ECR amendementen is dat het ambitieniveau van het Commissievoorstel verder wordt afgezwakt en dat er veel minder CO2 in de transportsector zal worden bespaard. Dat betekent dat ze lidstaten opzadelen met grotere inspanningen om CO2 te besparen in de gebouwen en de landbouwsector.

Een groeiende groep lidstaten beseft dat Europa hen net helpt door CO2 fors te willen inperken in de transportsector. Immers, hoe meer de Europese transportsector doet, hoe makkelijker lidstaten zelf hun klimaatdoelstellingen kunnen bereiken. Er zijn nu al 19 landen die pleiten voor een reductie met 40 procent. Als nog 1 lidstaat overtuigd wordt, dan halen ze een gekwalificeerde meerderheid. Vooral Merkel blijft hardnekkig dwars liggen. De regeringsleider die ooit de klimaatkanselier werd genoemd, tracht nu de doodsstrijd van de Duitse verbrandingsmotor te rekken. De redenering is vrij hallucinant, want Merkel laat zich onder druk zetten door haar auto-industrie die schermt met jobverlies. Wat in werkelijkheid zal gebeuren, is dat Merkel jobs creëert in China. Want dat is de keuze waar we nu voor staan: zal de elektrische wagen van de toekomst in Europa gebouwd worden of in China?

De conservatieven in het parlement staan morgen voor de keuze. Ofwel volgen zij het standpunt van hun fractie, zwakken ze het Commissievoorstel af en maken ze het lidstaten zoals België flink moeilijker om hun klimaatdoelstellingen te halen. Ofwel volgen zij het ambitieuzere voorstel van de sociaal-democraten - dat trouwens ook het officiële standpunt is van België in de Raad - en laten ze de transportsector flink bijdragen aan de klimaatdoelstelling. Zo’n ambitieuzere streefdoel zal de consument ook ten gunste voelen in de portemonnee met vanaf 2030 een voordeel van zo’n 1000 aan besparing op brandstofkosten. Het zorgt ook voor een versnelde elektrificatie van de vloot wat op haar beurt voor een betere luchtkwaliteit in de steden zal zorgen. Dat is, gezien de recente resultaten van Curieuzeneuzen een absolute noodzaak.