Milieucommissie stuurt Europese zadenrichtlijn terug naar af

De milieucommissie van het Europees parlement heeft de zogenaamde zadenrichtlijn van de Europese Commissie terug naar af gestuurd. Te veel op maat geschreven van de grote zadenmultinationals en te complex, vindt de commissie. Over die richtlijn was vorig jaar al heel wat onrust ontstaan omdat ze vooral de grote multinationale zadenproducenten zou bevoordelen. De Europese Commissie heeft de onhebbelijke gewoonte om elke wetgeving op een economische leest te schoeien, maar voedselproductie volgt niet enkel een economische logica.

De zadenrichtlijn, die de productie en verkoop van zaden voor landbouwgewassen moet regelen, maakt deel uit van een pakket maatregelen om de handhaving van de gezondheids- en veiligheidsnormen doorheen de voedselketen te verbeteren. De richtlijn, die in mei vorig jaar werd voorgesteld, kwam meteen onder vuur te liggen bij NGO’s, milieubewegingen, boeren en kleine zaadproducenten. Zij vreesden een concentratie van de productie van zaden bij enkele grote producenten, met hogere prijzen en een uniformer aanbod tot gevolg. 

De zadenproductie is de afgelopen jaren meer en meer in handen gekomen van de agrochemische industrie, die uniforme soorten zaaigoed aanbieden die enkel in combinatie met pesticiden en kunstmeststoffen kunnen gebruikt worden. Dat zorgt ondermeer voor de afbouw van de genetische diversiteit van zaaigoed, zoals al werd aangetoond door de Verenigde Naties die bekend maakten dat de afgelopen eeuw de diversiteit van landbouwgewassen met 75 procent is afgenomen. Die trend dreigt zich ook gewoon door te zetten. Een schraal aanbod aan zaaigoed verhoogt het risico op plantenziektes - die dan met pesticiden moeten bestreden worden - en beperkt de mogelijkheid om zaaigoed te selecteren dat aangepast in aan klimaatverandering. 

Omdat Europa een sterk ontwikkelde productie van zaaigoed heeft en behoorlijk wat zaaigoed exporteert, hebben Europese wetgevingen ook invloed op de landbouw in ontwikkelingslanden. De Verenigde Naties wezen er ook op dat het beleid eveneens rekening moet houden met de kansen die aan de meest kwetsbare boeren gegeven worden om hun leven te verbeteren. Boeren dreigen immers volledig afhankelijk te worden van grote zadenmultinationals. Een wetgeving die de informele circuits voor de verspreiding van zaaigoed onmogelijk maakt, zorgt er voor dat boeren losgekoppeld worden van een belangrijk onderdeel van het werk dat ze traditioneel deden, met name niet enkel de kweek van gewassen, maar ook van nieuwe zaden.

De milieucommissie volgt de kritieken die geformuleerd werden op het wetgevende voorstel van de Europese Commissie en verwerpt het voorstel dan ook. Volgens de milieucommissie brengt “de uniforme benadering” het risico met zich mee dat wordt voorbijgegaan aan de grote diversiteit aan telers en teelten. We zeggen dus dat de richtlijn teveel op maat van de grote bedrijven is geschreven. Bovendien is de richtlijn erg complex en zal het teveel administratieve rompslomp met zich meebrengen. De richtlijn blijft op een aantal punten overigens te vaag, wat de Europese Commissie in de toekomst vrij spel zou geven om bijkomende beslissingen te nemen, zonder parlementaire controle.

De richtlijn wordt wellicht op 10 februari nog besproken in de commissie landbouw van het Europees parlement. Daar zullen de sociaaldemocraten ook tegen de richtlijn stemmen.