Mensen moeten kunnen vertrouwen in eerlijke tests en rechtvaardige handhaving

Dat auto’s die nog maar 5000 kilometer gereden hebben op de testbank vier tot vijf keer meer uitstoten dan de norm, is een gigantisch probleem. Het is duidelijk dat de zelfcontrole die autoconstructeurs moeten uitvoeren niet werkt, maar ook dat de nationale toezichthouders falen in hun handhavingsbeleid. We moeten verlost raken van papieren beleid en handhaving die enkel in onrealistische labo-omstandigheden schone lucht opleveren. We moeten in de échte wereld voor schonere lucht zorgen.

De VRT wilde met zijn onderzoek ondermeer aantonen dat ook Opel mogelijk sjoemelsoftware heeft gebruikt. Of dat zo is, zal verder onderzocht moeten worden. Belangrijk is dat de eerste zitting van de onderzoekscommissie ontdekt heeft dat de Europese instanties al sinds het einde van de jaren ’90 weet hadden van het bestaan van dergelijke software.  Die werd immers in 1998 in de Verenigde Staten ontdekt in vrachtwagens. Een van de meest prangende onderzoeksvragen van de EMIS-commissie is nu: Hoe is het mogelijk dat er nooit onderzocht werd of dergelijke software ook in Europa gebruikt werd? En ook, waarom de link tussen dit soort software en de slechte luchtkwaliteit ten gevolge van de uitstoot van wagens nooit werd gelegd.

Een belangrijke vaststelling uit het onderzoek van de VRT is dat auto’s die nog maar 5.000 kilometer gereden hebben, in dezelfde labo-tests vier tot vijf keer meer uitstoten dan tijdens de toelatingstest van het ‘prototype’ van die wagen. Autoconstructeurs moeten ook nu al controleren of hun wagens blijven beantwoorden aan de normen. Die zogenaamde conformity of production tests laten ze zelf uitvoeren. Maar de lidstaten moeten wel toezicht houden op die zogenaamde zelfcontrole van de constructeurs. De nationale toezichthouders moeten die testen opvragen en controleren. Uit het onderzoek van de VRT kan geconcludeerd worden dat de nationale toezichthouders hierin falen, want de geteste auto’s voldoen al na 5000 kilometer niet meer aan de oorspronkelijke eisen. We zullen in de onderzoekscommissie nagaan waar er gefaald werd en voorstellen formuleren om om ze te verhelpen. We hebben dringend nood aan een beter handhavingsbeleid.

Uit de VRT-test blijkt ook dat auto’s in reële rijomstandigheden zelfs tot 17 keer meer uitstoten dan de norm. De Europese regels hebben een virtuele wereld gecreëerd, waarbij in het labo auto’s schijnbaar schonere lucht opleveren. In de echte wereld is dat niet het geval. Alles moet er op gericht zijn om er voor te zorgen dat burgers op straat, in onze steden en gemeenten, effectief schonere lucht kunnen inademen. Vanaf 2017 zullen auto’s om op de markt te mogen komen een Real Driving Emissions (RDE) test moeten afleggen. De testcyclus zal dan in reële omstandigheden afgelegd worden. Dat is een belangrijke stap voorwaarts, hoewel ik het betreur dat in een eerste fase nog ruime afwijkingsmarges werd toegelaten door de lidstaten. Maar we zullen eindelijk verlost zijn van onrealistische tests in labo-omstandigheden.

Tot slot moeten we niet zomaar vertrouwen op de zelfcontrole van de auto-industrie maar op regelmatige tijdstippen auto’s die al een tijd in gebruik zijn, testen. Dat is de zogenaamde ‘in service conformity test’. Die bestaat nog niet, maar een technisch comité van de Commissie en de lidstaten is nu wel bezig zo’n test te ontwikkelen. Wij kijken reikhalzend uit naar de voorstellen die de Commissie en de lidstaten daarover op tafel zullen leggen. Ik hoop ook dat ze dat snel zullen doen en dat die test ook streng genoeg zal zijn.