Lidstaten moeten krachtig optreden tegen nieuwsoortige sjoemelsoftware

Morgenvoormiddag buigen de lidstaten zich over de uitstoot van stikstof door dieselwagens en meerbepaald de strategieën van de autoconstructeurs om die uitstoot onder controle te houden. De eerste resultaten van de EMIS-commissie die onder leiding van Kathleen Van Brempt Dieselgate onderzoekt, tonen aan dat constructeurs onrechtmatig de rookgasreiniging van wagens uitschakelen. Het is de taak van de lidstaten om daar krachtig tegen op te treden.

Op initiatief van de Europese sociaal-democraten schreven vertegenwoordigers van de sociaal-democratische, liberale en groene fracties van de EMIS-commissie een brief naar de transportministers van de lidstaten. Die vergaderen morgenvoormiddag over de uitstoot van stikstof en de manier waarop autoconstructeurs die uitstoot beheersen. De onderzoekscommissie heeft ontdekt dat autoconstructeurs nog een ander soort sjoemelsoftware gebruiken dan diegene die Dieselgate in gang zette. Daar ging het over software die ontdekt wanneer een auto op de testbank staat. Maar er wordt ook gebruik gemaakt van software die in een brede waaier van reële rijomstandigheden delen van de rookgasreiniging uitschakelt. Dat is duidelijk verboden. Enkel onder uitzonderlijke omstandigheden - indien noodzakelijk om de motor te beschermen - kunnen onderdelen worden uitgeschakeld. De lidstagen moeten nu krachtig optreden. Niet enkel willen we nu van de constructeurs alle gegevens over het gebruik van dergelijke software, we willen ook dat bij overtredingen een terugroepprogramma wordt opgestart. Dat moet in de hele Unie gelijk zijn, zodat consumenten in heel Europa op dezelfde manier behandeld worden. De Europese wetgeving stelt duidelijk dat ‘fabrikanten hun voertuigen zo uitrusten dat de onderdelen die van invloed kunnen zijn op de emissies zodanig ontworpen, geconstrueerd en gemonteerd zijn dat het voertuig onder normale gebruiksomstandigheden aan deze verordening kan voldoen’. “Het klopt dus niet wat bijvoorbeeld Febiac stelt, namelijk dat de wagens enkel tijdens de labotest die gebruikt wordt voor de typegoedkeuring van nieuwe modellen, aan de uitstootnormen moeten voldoen. Uit de EMIS onderzoekscommissie en uit tal van testprogramma’s die in verschillende lidstaten werden opgezet, leren we dat een aantal constructeurs de rookgasreiniging uitschakelt als de omgevingstemperatuur ‘te laag’ is, wat echter volgens specialisten niet nodig is. De rookgasreiniging wordt in sommige gevallen ook uitgeschakeld na een bepaalde tijdsduur. Die duur - 22 minuten - is twee minuten langer dan de tijd die een labo nodig heeft om een test uit te voeren. De wagens worden dus geprogrammeerd om door een test te geraken en niet om de motor te beschermen. Dat betekent dat de Europese regels geschonden worden, ten nadele van de gezondheid van de burgers. Het is de taak van de lidstaten om dat te controleren en desgevallend streng op te  treden.

Wij roepen de ministers op om de constructeurs te verplichten alle informatie over de uitschakeling van rookgasreiniging over te maken, namelijk hoe en onder welke omstandigheden dat gebeurt. Ook moet er een gemeenschappelijke strategie worden afgesproken over wat nu precies sjoemelsoftware is, zodat de controle en handhaving in alle lidstaten op dezelfde manier kan gebeuren. Bij inbreuken moeten de vergunning voor de betrokken modellen ingetrokken worden en moet een terugroepprogramma in gang gezet worden om de wagens te herprogrammeren. 

Ik hoop dat België een krachtig standpunt zal innemen op de vergadering van morgenavond. De regelgeving zoals ze vandaag bestaat, is voldoende duidelijk om te kunnen concluderen dat constructeurs oneigenlijk gebruik maken van de uitschakeling van rookgasreiniging. Het wordt tijd dat de lidstaten beslissen hoe ze snel en op een gecoördineerde manier zullen optreden tegen het misbruik.