Europees parlement dwingt strengere afvalnormen af. Commissie moet nu cirkel rond maken met eco-designnormen

Hoewel de Commissie Juncker bij haar aantreden nieuwe wetgeving over afval naar de prullenmand had verwezen, is het Europees parlement er vandaag toch in geslaagd een pakket met strengere afvalnormen goed te keuren. Maar het werk is niet af. De Commissie moet de ‘elephant in te room’ nu eens eindelijk zien staan, namelijk al die producten die ontworpen zijn om snel stuk te gaan, en maatregelen nemen om dat te verbieden met strenge eco-designnormen.


De wegwerpeconomie die we de afgelopen decennia hebben uitgebouwd heeft ons opgezadeld met een afval- en vervuilingsberg die onhoudbaar is geworden en een bedreiging is voor onze gezondheid en het milieu waarin we leven. Met de stemming van het zogenaamde pakket over de circulaire economie vandaag in het Europees parlement zet de EU opnieuw een stap in de richting van een afvalvrije economie. Met de herziening van de wetgevingen rond huishoudelijk afval, verpakkingen, storten,  elektronisch afval en autowrakken scherpt het parlement opnieuw de normen rond afvalverwerking aan. 

Die verstrengde afvalnormen zouden er nooit gekomen zijn zonder de aanhoudende druk van het Europees parlement. De Europese Commissie had namelijk bij het begin van deze legislatuur het Afvalpakket afgevoerd, net zoals ze dat overigens gedaan had met het Clean Air pakket. De Commissie beweerde daarmee in te gaan op de kritiek dat Europa te veel regeltjes oplegt en argumenteerde dat de Europese burgers beter af zouden zijn met minder maar betere regelgeving. 

Het zijn echter niet de burgers die beter af zijn met minder regels. Minder regels is vooral een vraag van de industrie, die liever zo weinig mogelijk overheidsbemoeienis ziet en dus liever niet te veel regeltjes rond de productie en verwerking van afval. Onder het mom van ‘betere regulering’ deed de Commissie in werkelijkheid aan deregulering. Het parlement is er, als vertegenwoordiger van de Europese burger, in geslaagd dat de nieuwe afvalwetgevingen en de wetgeving rond schone lucht terug opgevist werden. De nieuwe wetgeving rond afval werd opgenomen in het zogenaamde pakket voor de circulaire economie dat geschreven werd door de sociaal-democratische rapporteur Simona Bonafé. De nieuwe wetgeving zet ons niet enkel op het spoor van een economisch model waarbij we afstappen van het lineaire ‘take-make-use-and-dispose’ model (nemen-maken-gebruiken-en-weggooien) en evolueren naar een kringloopeconomie waarin producten en grondstoffen hersteld, herbruikt en/of gerecycleerd worden. Het creëert ook duizenden jobs in de zogenaamde groene economie.

De nieuwe afvalrichtlijnen zullen de Europese Lidstaten verplichten meer afval te voorkomen, te hergebruiken en te recycleren. Het storten van afval wordt verder afgebouwd. Hoewel ons land al redelijk goed scoort op vlak van selectieve inzameling en recyclage, zullen ook wij meer moeten doen. De nieuwe verpakkingsrichtlijn legt bijvoorbeeld op dat tegen eind 2025, 50% van het kunststof in verpakkingen moet gerecycleerd worden. Met de PMD inzameling van Fost-Plus halen we dat vandaag niet. De recyclagegraad van kunststofverpakkingen vandaag is slechts 39% en vaak gaat het nog om ‘downcycling’. Een extra argument dus voor de invoering van statiegeld op drankverpakkingen.

De nieuwe afvalwetgeving is een belangrijke stap, maar de Europese Commissie moet nu eindelijk werk maken van voorstellen om de cirkel van die circulaire economie helemaal rond te maken. Afvalbeheer komt immers pas aan het einde van het proces, terwijl het beperken van afval al moet beginnen bij het ontwerp van producten, het zogenaamde eco-design. Tachtig procent van de milieu-impact van een product wordt immers bepaald in de ontwerpfase. De eco-design wetgeving wordt tot op de dag van vandaag enkel gebruikt om energienormen voor producten vast te leggen, zoals de energiezuinigheid van koelkasten bijvoorbeeld. Dat is een véél te enge visie op eco-design. De Commissie heeft weliswaar aangekondigd de eco-designwetgeving ook in te zetten om, naast de energie-efficiëntie, de materiaal-efficiëntie te verbeteren, maar de stappen daartoe zijn veel te timide en hebben nog geen resultaat opgeleverd. 

Iedereen die een smartphone bezit weet dat die slechts een beperkte levensduur heeft en dat het toestel snel de status van afval krijgt. Met normen die de verplichte levensduur van toestellen verlengen, of die er voor zorgen dat toestellen hersteld kunnen worden, dat hun batterij eenvoudig vervangen kan worden, dat software updates de langere bruikbaarheid kunnen garanderen… verhinder je die wegwerpcultuur. Iedereen die een printer heeft aangeschaft, ervaart hoe het verdienmodel van de producenten gebaseerd is op wegwerpcultuur: de printer zelf is spotgoedkoop, maar de minuscule printercassettes die voortdurend moeten vervangen én weggeworpen worden, zijn de echte kip met de gouden eieren. Winst is gebaseerd op het produceren van afval, terwijl we net naar een afvalvrije samenleving moeten.

Wij willen dus dat de Commissie met voorstellen komt die producenten verplichten hun producten zo te ontwerpen dat ze herbruikt, gedemonteerd, hersteld of volledig gerecycleerd kunnen worden. Toxische stoorstoffen die recyclage in de weg staan, moeten eruit, terwijl voor bepaalde producten of onderdelen kan opgelegd worden dat ze een minimum aandeel gerecycleerd materiaal moeten bevatten. Waarom zouden we bijvoorbeeld niet opleggen dat 30 procent van de plastics die in auto’s gebruikt worden gerecycleerd moeten zijn? Als we er in slagen om bij het begin van de levensloop van een product er voor te zorgen dat producten hersteld kunnen worden of hun onderdelen of grondstoffen volledig gerecycleerd kunnen worden, dan sluiten we eindelijk de cirkel van de circulaire economie en krijgen we uitzicht op een afvalloos economisch model.