Europees pakket maatregelen luchtkwaliteit weegt te licht

Nadat de Europese Commissie en haar milieucommissaris Potocnik het afgelopen jaar hadden uitgeroepen tot 'Het jaar van de lucht' en de Commissaris ambitieuze plannen aankondigde, heeft deze laatste op de valreep, net voor het jaareinde, zijn voorstellen bekend gemaakt. Ik ben alvast niet onder de indruk. Too little, too late.

De luchtkwaliteit is Europa is erg problematisch, wetenschappelijke feiten stapelen zich op en daarom drong een aangescherpte aanpak op Europees niveau zich op. Luchtverontreiniging stopt immers niet aan de landsgrenzen en de aanpak ervan moet dan ook gecoördineerd gebeuren. 

Luchtvervuiling is goed voor meer dan 400.000 vroegtijdige overlijdens per jaar in de EU, kost de gemeenschap aan gezondheidskosten 330 tot 940 miljard euro per jaar (3 tot 9% van het Europese BBP), beschadigt gebouwen, materialen, bossen en natuurgebieden. Een aantal schadelijke stoffen draagt bovendien bij aan de klimaatverandering. Vorige week nog maakte wetenschappelijk onderzoek duidelijk dat de Europese normen voor fijn stof veel te hoog liggen om mensen daadwerkelijk te beschermen. De veel scherpere normen van de wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zouden beter geïmplementeerd worden. Zorgwekkend als je weet dat 90% van de inwoners van steden leeft op plaatsen waar die WHO-norm niet gehaald wordt.

De Europese commissie zet in op drie domeinen: 

  • Een nieuw programma 'Schone lucht voor Europa', met daarin maatregelen om al bestaande regelgeving beter uit te voeren, met nieuwe doelstellingen voor 2030 en met ondersteuning via onderzoek, innovatie en internationale samenwerking.
  • Een herziening van de richtlijnen in verband met de Nationale Emissieplafonds (NEC = national emission ceilings) met striktere emissieplafonds voor de zes voornaamste verontreinigende stoffen: fijn stof (PM), SO2, NOx, VOCs, NH3 en CH4.
  • Een voorstel tot nieuwe richtlijn voor het aanpakken van de uitstoot van middelgrote stookinstallaties zoals elektriciteitscentrales voor wijken of grote gebouwen en voor kleine industriële installaties (1-50 MW)

Eerdere plannen om bijvoorbeeld machines aan te pakken die zich buiten het wegverkeer bevinden ('non road mobile machinery'), zoals bulldozers, bouwkranen en dergelijke werden niet weerhouden, nochtans zijn deze goed voor 10% van de totale luchtverontreiniging op het land (en verwacht men een stijging naar een aandeel van 20%).

Too little, quite late. De maatregel voor middelgrote installaties, die vandaag nog niet werden gevat, is toe te juichen. Dat deze nieuwe voorstellen ook, meer dan in het verleden, de landbouwsector als belangrijke bron van ammoniak (NH3) en methaan (CH4) zullen vatten, is ook goed nieuws. Dat de scheepvaart geen normen krijgt, naast de al bestaande zwavelnormen en het ontbreken van concrete stappen voor het wegverkeer en non road machines is echter teleurstellend.

Het meest teleurstellende is echter dat de normen voor fijn stof niet met onmiddellijke ingang aangescherpt worden. Daarmee volgt de Commissie de meest recente wetenschappelijke evoluties niet. Bovendien gaan de nieuwe emissieplafonds maar in vanaf 2030 en zullen lidstaten deels gespaard blijven van hun verantwoordelijkheid voor het behalen ervan. De bal ligt nu in het kamp van het Parlement en de lidstaten. We gaan er in het Parlement in ieder geval alles aan doen om de matige ambities van deze voorstellen stevig aan te scherpen.