Europa vergroent haar landbouwbeleid niet

Vandaag viel in Straatsburg het doek over de lange onderhandelingen met betrekking tot het Europees landbouwbeleid voor de komende jaren. Het door de Europese instellingen bereikte akkoord kreeg een fiat van het Europees parlement. Het onderdeel over de directe inkomenssteun voor boeren haalt de vergroening van het landbouwbeleid onderuit en kreeg dan ook een tegenstem van de sp.a-parlementsleden in het Europees parlement. Het grootste deel van het budget wordt oneerlijk tussen boeren verdeeld. Maar liefst 80 procent van de middelen gaan vandaag naar 20 procent van de landbouwbedrijven. Tegelijk gaan er te weinig middelen naar duurzame landbouw en de versterking van het platteland.

De landbouwsubsidies hebben tot nog toe vooral milieuschadelijke en intensieve landbouwpraktijken vooruit geholpen met onvoldoende aandacht voor dierenwelzijn, biodiversiteit en de kwaliteit van het landelijk gebied. Zowat 40 procent van het Europese budget gaat naar landbouw. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar de Europese Commissie had zich bij haar aantreden in 2009 sterk gemaakt daar meer voor terug te zullen vragen dan vandaag het geval is. Wij verdedigen het principe: publieke middelen voor publieke doelen, maar dit beleid gaat over publieke middelen voor private doelen. We zouden er voor moeten zorgen dat subsidies die milieuschadelijke praktijken stimuleren, afgeschaft worden.  Voor het eerst beslist het Europees parlement mee over het landbouwbeleid. Helaas is dat geen garantie gebleken voor het vergroenen ervan. Om beroep te kunnen doen op inkomenssteun moeten boeren in de toekomst zelfs niet voldoen aan al de bestaande richtlijn over duurzaam pesticidengebruik, de kaderrichtlijn water en de vogel- en habitatrichtlijn. Boeren kunnen gesubsidieerd regels overtreden waarvan we van alle andere Europeanen en bedrijven in de Unie verwachten dat ze er zich aan houden.

Het voorstel van de Europese Commissie om een verplichte oppervlakte van 7 procent van het areaal van een boer - de zogenaamde EFA  of ecological focus area - te reserveren voor natuur, waterbeheer en landschap werd afgezwakt naar 5 procent en bovendien werden de maatregelen die daarvoor in aanmerking komen uitgehold. Ook de teeltrotatie, die de bodemkwaliteit verbetert en bodemuitputting tegen gaat, komt er niet. In de plaats komt er een verplichte gewasdiversificatie, maar ook die werd uitgehold. 94 procent van de boeren kunnen aan het verplichte gebruik van drie gewassen ontsnappen, 87 procent van de boeren aan het verplicht gebruik van twee gewassen. De verplichting om 25 procent van de directe inkomenssteun te spenderen aan vergroening, wordt weliswaar opgetrokken naar 30 procent, maar die vergroening 'vergrijst' tegelijk. Er worden immers allerlei nutteloze maatregelen als ‘vergroening’ erkend. Boeren die de afgezwakte verplichtingen niet na komen, kunnen pas een deel van hun steun verliezen als ze meerdere jaren in overtreding zijn. 

Het Europees parlement mist haar afspraak met de geschiedenis. De eerste kans om vanuit het parlement de Europese landbouw te vergroenen is een absoluut zwaktebod, reden waarom wij de voorstellen niet gesteund hebben. Deze hervorming mist de kans om kleinere en meer duurzaam boerende landbouwers een duw in de rug te geven en zo de Europese landbouw niet alleen een rol te geven in voedselproductie, maar ook in landschapsbehoud- en herstel, waterbeleid, bodembescherming, biodiversiteit en dierenwelzijn. De consument betaalt de factuur drie keer: één keer via de subsidies aan de boeren, één keer via de prijs van zijn voedsel en één keer voor het herstellen van schade op het vlak van waterkwaliteit, landschap, klimaatverandering en biodiversiteit.