Dieselgate onderzoekscommissie spreekt van wanbeleid bij lidstaten en Europese Commissie

Mochten de lidstaten en de Europese Commissie hun werk hebben gedaan, dan zou Dieselgate nooit hebben kunnen gebeuren. Dat is zo wat de hoofdconclusie van het ontwerprapport dat de twee co-rapporteurs van de Dieselgate-onderzoekscommissie, onder voorzitterschap van Kathleen Van Brempt, vandaag bekend maken. Het rapport beschuldigt zowel de lidstaten als de Europese Commissie ervan voldoende aanwijzingen te hebben gehad dat dieselwagens gebruik maakten van sjoemelsoftware en sjoemelstrategieën om enkel tijdens de strikte labotests de uitstootnormen te halen. Volgens het rapport is er ook sprake van wanbeleid in hoofde van de lidstaten, die geweigerd hebben om een test die de uitstoot in reële rijomstandigheden kan meten, snel te kunnen ontwikkelen. 

Sjoemelsoftware

“Al sinds 2005 waren er duidelijke aanwijzingen dat Europese auto-constructeurs sjoemelsoftware gebruikten om enkel tijdens de testprocedures op de testbank de uitstootnormen te halen en de rookgasreiniging in auto’s in overigens perfect normale rijomstandigheden daarbuiten uit te schakelen. Dat blijkt uit mails en brieven tussen de bevoegde commissarissen van milieu en industrie en tussen hun diensten,” zegt commissievoorzitter Kathleen Van Brempt. “Nochtans is het gebruik van zogenaamde defeat devices bij wet verboden, behalve om de motor te beschermen. Ons onderzoek heeft echter aangetoond dat auto-constructeurs dergelijke software voor andere redenen gebruikten, ondermeer om de kosten te drukken.”

Toezicht en controle

“Lidstaten zijn verantwoordelijk voor de controle van auto’s, maar hebben die controles nooit ernstig uitgevoerd,” zegt Van Brempt. “Om een typegoedkeuring te verschaffen aan nieuwe modellen, maakten lidstaten bijvoorbeeld gebruik van de testbanken van de autoconstructeurs zelf, wat belangenvermenging niet uitsluit. Bovendien konden fabrikanten kiezen in welke lidstaat ze de typegoedkeuring lieten uitvoeren, wat tot shoppinggedrag kan leiden in een zoektocht naar de minst strenge testlabo’s. Lidstaten hadden zelf meer moeten investeren in onafhankelijke controles. De nationale typegoedkeuringsinstanties zijn vaak onderbemand en ondergefinancierd,” zegt Van Brempt. “De lidstaten hadden ook aanwijzingen dat er sjoemelsoftware werd gebruikt, maar zijn er nooit naar op zoek gegaan. Uit onderzoek van de Dieselgate onderzoekscommissie is gebleken dat op zijn minst Duitsland, Frankrijk, Italië en Luxemburg weet hadden van onverklaarbare emissiecontrolestrategieën (defeat devices).” “Tot vandaag is trouwens nog geen enkele autoconstructeur gesanctioneerd voor het overtreden van de Europese wetgeving, wat een bevoegdheid is van de lidstaten. In geen enkele lidstaat is er een verplicht terugroepprogramma opgestart om de vervuilende auto’s in regel te brengen met de wettelijke normen. Tot nog toe zijn er enkel vrijwillige terugroepacties opgezet door constructeurs.” “Eén van de belangrijke verwezenlijkingen van de onderzoekscommissie is dat de huidige Europese Commissie zeven lidstaten in gebreke heeft gesteld omdat ze geen controles hebben uitgevoerd en geen sancties hebben opgelegd,” zegt Van Brempt.

Tests in reële rijomstandigheden

De lidstaten hebben bovendien onvoldoende gedaan om een test te ontwikkelen die de uitstoot van wagens in reële rijomstandigheden kan meten. “Met het gevolg dat de nieuwe testmethode niet in 2014, maar pas in 2017 van start kan gaan. In 2017 zijn er bovendien nog enorme afwijkingen mogelijk. Pas in 2020 moeten wagens voldoen aan de Euro 6 uitstootnorm voor NOx die al in 2007 werd vastgelegd,” zegt commissievoorzitter Van Brempt.

Met uitzondering van het VK, Nederland, Frankrijk, Denemarken en Spanje deden de rest van de lidstaten niets om de Real Driving Emission test tijdig op het spoor te krijgen. “De onderzoekscommissie spreekt van wanbeleid,” zegt Van Brempt. “Sommige landen - Italië, Spanje en Frankrijk in het bijzonder - hebben zelf actief getracht zo’n Real Driving Emission test te boycotten of te vertragen om er voor te zorgen dat de testmethoden minder streng zouden zijn. Het is duidelijk dat de lidstaten er alles aan gedaan hebben om hun eigen auto-industrie in bescherming te nemen, ten nadele van de gezondheid van hun eigen burgers.”