Commissie geeft zwak antwoord op Europees Burgerinitiatief over glyfosaat

In haar reactie op het Europese Burgerinitiatief om glyfosaat in de Unie te verbieden, maakt de Europese Commissie weliswaar een opening voor een verbetering van de wetenschappelijke beoordeling van pesticiden, maar die is onvoldoende om de grote bezorgdheid van de Europese burgers over de gezondheidsrisico’s van pesticiden weg te nemen. Over glyfosaat zelf volhardt de Commissie dat de substantie op zich veilig is en schuift ze de hete aardappel door naar de lidstaten, die de samenstellingen moeten beoordelen waarin glyfosaat op de markt wordt gebracht. Dat bevestigt ons in de stelling dat we moeten blijven streven naar een verbreking van die beslissing.

In een zestien pagina’s lang document heeft de Europese Commissie gereageerd op het Europese Burgerinitiatief dat op 6 oktober werd ingediend en ondertekend werd door meer dan 1 miljoen Europeanen uit 22 lidstaten. Het burgerinitiatief vraagt een verbod op het gebruik van glyfosaat, een wetenschappelijke analyse van pesticiden door publieke onderzoeksinstellingen en niet door de industrie zelf én een verplichte reductie van het gebruik van pesticiden met het oog op een pesticidevrije toekomst.

De Commissie zal de licentie voor glyfosaat hernieuwen met 5 jaar, terwijl het Europees parlement een gradueel uitdoofscenario heeft goedgekeurd met een onmiddellijk verbod voor particulier gebruik en een uitdoving op 5 jaar tijd voor de landbouw. In haar antwoord verdedigt de Commissie die beslissing. Ze stelt dat zowel het Europese voedsel- als chemicaliënagentschap de actieve stof glyfosaat als niet kankerverwekkend beschouwen. Het International Agency for Research on Cancer (IARC) van de WGO duidde glyfosaat wel aan als “waarschijnlijk kankerverwekkend”, maar keek daarbij niet alleen naar glyfosaat zelf, maar ook naar de mengsels waarin deze stof op de markt wordt gebracht. ‘Het beoordelen en eventueel verbieden van deze mengsels (de uiteindelijke bestrijdingsmiddelen die naast de werkzame stof glyfosaat ook nog heel wat hulpstoffen bevatten om de stof bijvoorbeeld de plantencellen te laten binnendringen) valt echter onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten,’ zo maakt de Commissie zich er gemakkelijk van af. 

Het Europees parlement heeft echter in haar resolutie gesteld niet onder de indruk te zijn van de besluiten van die agentschappen, omdat ze voor een belangrijk deel gebaseerd zijn op niet gepubliceerd onderzoek van de pesticide-industrie. Het parlement heeft gewezen op het gebrek aan transparantie en op de gebrekkige erkenningsprocedure van de actieve stoffen in pesticiden. De Commissie draagt hier geen nieuwe gegevens aan, maar herhaalt gewoon haar stelling. 

De Commissie erkent echter wel dat de erkenningsprocedures transparanter kunnen en dat er een grotere inbreng kan zijn van publieke onderzoekscentra in die erkenningsprocedures. De verbeteringen die de Commissie voorstelt, zijn echter zwak en zullen de grote bezorgdheid van de Europese burgers over de gezondheids- en milieurisico’s van pesticiden niet wegnemen. Om de transparantie van de privaat gefinancierde studies te verbeteren, stelt de Commissie bijvoorbeeld voor om de ruwe data uit die onderzoeken bekend te maken. Maar dat is een vorm van neptransparantie, want zonder de gebruikte onderzoeksprocedures te kennen, kan je uit die ruwe data eigenlijk niet zo veel afleiden.

De Commissie wil publieke onderzoeksinstellingen ook een grotere rol laten spelen in de erkenningsprocedures. Maar ze gaat er van uit dat het de pesticide-fabrikanten zijn die de bewijslast moeten leveren voor de veiligheid van de substanties die ze willen laten erkennen en dus zelf dat onderzoek moeten financieren. De Commissie vindt dat publieke onderzoeksinstellingen in de toekomst wél kunnen aangeven wat de aanvragers precies moeten onderzoeken. Ze stelt eveneens voor dat publieke onderzoekscentra hun audits van de applicatieprocedure verscherpen en dat er hoogst uitzonderlijk en in geval van twijfel ad hoc onderzoeken kunnen besteld worden bij publieke onderzoekscentra. Daarmee creëert de Commissie weliswaar een opening naar een grotere betrokkenheid van publieke onderzoekscentra in de hele procedure, maar blijft een groot deel van de verantwoordelijkheid gewoon bij de fabrikanten liggen. De Commissie argumenteert dat het onderzoek naar de veiligheid van een commercieel product niet moet gebeuren op kosten van de belastingbetaler en besluit daaruit dat de pesticide-fabrikant dat onderzoek moet laten uitvoeren. Het risico is echter reëel dat een labo dat door de pesticide-industrie betaald wordt, de opdrachtgever ter wille wil zijn. Er bestaan nochtans alternatieven die de rechtstreekse band tussen producent én labo doorknippen, zoals we dat ook hebben voorgesteld in de Dieselgatecommissie om de link tussen autoconstructeurs en testlabo’s door te k Van producten kan gevraagd worden de financiering van het wetenschappelijk onderzoek in een gemeenschappelijke pot te stoppen van waaruit onafhankelijke, niet door de industrie aangewezen, publieke onderzoekscentra gefinancierd worden. Dergelijke procedure zou alle twijfels over mogelijke beïnvloeding wegwerken. Wij willen trouwens de Commissie helpen bij de verbetering van de erkenningsprocedures via een speciale commissie in het Europees parlement dat de gebreken in de huidige procedures kan onderzoeken en alternatieven kan voorstellen. Op die manier kunnen we tot een constructieve dialoog komen met de Commissie over de manier waarop in de toekomst pesticiden erkend worden.

De Commissie verandert in haar antwoord op het Europees burgerinitiatief haar standpunt over glyfosaat niet. “Ze schuift de hete aardappel door naar de lidstaten. Maar ten gronde antwoordt de Commissie niet over de twijfels over glyfosaat zelf. Dat is merkwaardig omdat de licentie van glyfosaat verlengd wordt op basis van een procedure waarvan de Commissie eigenlijk zelf de gebreken van inziet. Dat sterkt ons in de overtuiging dat we moeten streven naar een verbreking van die verlenging en het uitdoofscenario verder moeten bepleitten. Daarom steunen we ook het voorstel om de beslissing van de Commissie voor het Europees Hof te brengen.