Brief naar aanleiding van het GGO-protestfeest in Gent

Wie kritisch staat ten opzichte van genetisch gewijzigde organismen krijgt vaak het verwijt te horen dat hij een technofoob zou zijn, bang voor de maatschappelijke gevolgen van nieuwe technologieën. Dat is uiteraard onzin. Iedereen hier aanwezig steunt ongetwijfeld de technologische ontwikkelingen die hebben geleid tot de elektrische auto, tot duurzame vormen van energieopwekking of effectieve recyclage. Laat me daarom duidelijk zijn: nieuwe technologieën zullen een belangrijke bijdrage leveren tot de uitbouw van een duurzamere toekomst voor onze kinderen. Ook onderzoek naar de bouwstenen van het leven, naar het genetisch materiaal van levende organismen, kan een bijdrage leveren tot het welzijn van mensen. In de geneeskunde is de gentechnologie daarvan een treffend voorbeeld. 

Sleutelen aan de bouwstenen van het leven houdt echter ook belangrijke risico’s in. De ontwikkeling van genetisch gewijzigde organismen is een recent fenomeen, wat betekent dat de risico’s op langere termijn zo goed als onbekend zijn. En dan gaat het niet alleen over de directe impact van gewijzigde organismen op ons lichaam. Ook de risico’s voor het milieu, de biodiversiteit én de sociaal-economische effecten voor grote delen van de wereldbevolking die afhankelijk zijn van de landbouw zijn niet duidelijk. We moeten daarom uiterst voorzichtig zijn. Ongenuanceerd hoerageroep is dan ook ongepast, net zoals ongenuanceerd boegeroep dat is. Een genuanceerd publiek debat is absoluut noodzakelijk. 

Daarbij moeten alle argumenten meegenomen worden en moet vermeden worden dat nepargumenten de discussies overwoekeren. Dat GGO’s de honger in de wereld zullen uitroeien, is zo’n nep-argument. Goed onderwijs en gezondheidszorg, een eerlijkere hervederdeling van de welvaart of eerlijke handel zullen daar sneller en effectiever toe bijdragen. Het hongerargument is een theoretisch argument, dat in de praktijk echter nergens op slaat. De meeste GGO’s hebben tot doel pesticiden, herbiciden en kunstmeststoffen te verkopen voor de industriële landbouw. De gentechnologie draagt overigens niet bij tot een vermindering van het gebruik van pesticiden en herbiciden zoals de chemische sector ons graag laat geloven. Het is geen toeval dat de afgelopen decennia bijna de hele zaaigoedsector in handen is gekomen van de chemische industrie, die daarmee stelselmatig controle tracht te krijgen over onze voedselproductie, en die boeren van over de hele wereld afhankelijk maakt van die industrie. Bovendien krijgen die bedrijven, middels de patenten die ze op de technologie bezitten, ook ‘het leven’ zelf in eigendom. Dat de kassa daardoor rinkelt, hoeft geen betoog. Met honger heeft dat allemaal niet veel te maken, tenzij het om winsthonger zou gaan. 

Ik wil dat niet eens de wetenschappers ten kwade duiden. Zij zijn gespecialiseerd in het verzamelen van nieuwe kennis en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, niet in de toepassing ervan. Daarom moet vrij en fundamenteel wetenschappelijk onderzoek mogelijk blijven. Het is dan ook absoluut noodzakelijk dat er volledige transparantie bestaat over wie specifiek onderzoek naar GGO’s financiert. In de discussie over de toepassing ervan moet ook rekening gehouden worden met de inbreng van alle specialisten en stakeholders. Zo zou het goed zijn als, in navolging van een verplicht Milieu Effecten Rapportage bij ingrepen die een effect kunnen hebben op het milieu, inzake GGO’s ook een Sociaal-economische Effecten Rapportage wordt uitgevoerd.

De Europese bevolking heeft altijd erg kritisch gestaan tegenover GGO’s. Het gevolg daarvan is dat Europa sinds 2004 de strengste ettiketeringsregels inzake GGO’s heeft en dat GGO’s nagenoeg afwezig zijn in de winkelrekken. We moeten echter alert blijven, want de huidige Commissie wil sinds lang opnieuw GGO’s erkennen.

Hier kunnen we samen tonen dat wij als burgers bezorgd blijven om de risico’s van GGO’s, dat we, samen met een hele reeks specialisten, een stem willen hebben in het debat en dat dit debat breder moet gevoerd worden dan onder een select clubje ‘believers’ dat zich verschanst achter de ondoordringbare muren van multinationals. Nee, wij zijn geen technofoben: wij waarschuwen enkel voor de selectieve blindheid en doofheid van technomanen.