Historisch akkoord opent de weg naar een koolstofvrije wereld

Het akkoord van Parijs mag terecht historisch genoemd worden. De klimaatconferentie heeft duidelijk gemaakt dat alle regeringsleiders nu doordrongen zijn van de ernst van de uitdaging. De bereidheid om dat in een constructieve sfeer aan te pakken, is ongezien.

Geen enkel akkoord zal het probleem van klimaatverandering oplossen, dat zal enkel door actie gebeuren. Maar het akkoord van Parijs is wel degelijk zowat het beste wat bereikt kon worden om iedereen tot actie aan te zetten. Essentieel is het bindende hefboommechanisme in het akkoord. Op geregelde tijdstippen worden de vorderingen gemeten én kan er worden bijgestuurd. Landen moeten dus bij de les blijven. De ambities kunnen ook geregeld opgekrikt worden. Er zitten uiteraard nog gaten in dit akkoord, zoals het uitblijven van inspanningen voor de internationale lucht- en scheepvaart. De sfeer die in Parijs is gegroeid, zal er mee toe bijdragen dat ook deze sectoren bijna moreel gedwongen worden om hun verantwoordelijkheid op te nemen.

De EU én de Franse diplomatie hebben een indrukwekkende invloed uitgeoefend op de klimaattop. We zijn de afgelopen jaren, vaak terecht, heel kritisch geweest over de EU, maar in Parijs is gebleken welke kracht er achter het Europese project zit. Zonder de EU en in het bijzonder gastland Frankrijk was dit akkoord er nooit gekomen. De Unie had nog ambitieuzer mogen zijn, bijvoorbeeld op het vlak van de financiering. Maar de vele mensen van buitenlandse delegaties waarmee ik gesproken heb op de klimaattop, ondermeer van de zogenaamde ‘kwetsbare landen’, waren zonder uitzondering lovend over de houding van de EU. De Unie heeft resoluut de kant gekozen van kwetsbare landen en van ontwikkelingslanden.

De top heeft ook meer opgeleverd dan het akkoord op zich. De bilaterale afspraken die in de marge van de conferentie zijn gemaakt en de maatregelen die werden aangekondigd door de bedrijfswereld, financiële instellingen, steden en regio’s zijn eveneens van groot belang. De rol van de  desinvesteringsbeweging wordt steeds groter; steeds meer financiële instellingen, fondsen en overheden trekken zich terug uit een fossiele industrie die geen toekomst meer heeft. Dat kan het proces van de decarbonisering versnellen.