Geen EU-belastinggeld meer voor fossiele brandstoffen

Sociaaldemocraten leiden de weg naar een sociaal en duurzaam cohesiebeleid

Het cohesiebeleid moet de sociale en economische verschillen in de Europese regio’s verkleinen. Dit door te investeren in onder meer innovatie, digitale en industriële transformatie, circulaire economie, duurzame transitie en het gevecht tegen armoede en jeugdwerkloosheid.  Met een pot van meer dan 350 miljard voor de periode 2021-2027, is het één van de belangrijkste investeringsinstrumenten van Europa, goed voor bijna een derde van de totale Europese begroting. We kunnen dus gerust stellen dat de politieke lijn die uitgezet wordt in de cohesiefondsen voor een groot deel de investeringskoers van Europa bepaalt. Het toont aan welke projecten én op welke manier ze haar middelen wil verdelen. 

Het Parlement bepaalde met een stemming vorige maand en vandaag haar visie voor het cohesiebeleid voor de periode van 2021 tot 2027. Onder druk van de sociaaldemocraten krijgt de strijd tegen klimaatopwarming voor het eerst een prominente plaats. Er gaat ook specifieke aandacht naar het halen van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties (SDGs) én de rechtvaardige transitie. Maar het meest baanbrekende is toch dat er een expliciet verbod komt op het spenderen van Europees belastinggeld via de cohesiefondsen aan fossiele brandstof projecten. Voor het eerst sluit dit fossiele brandstoffen als categorie uit in een volledig beleidsdomein. Dit is een absoluut keerpunt en kan een “game changer” zijn voor heel het toekomstige Europese beleid. Onder leiding van de sociaaldemocraten, was er een meerderheid te vinden in het Parlement dat nu toont dat het ons menens is met een sterk klimaatbeleid.    

Het Parlement verwierp bovendien het voorstel van de Commissie om cohesiefondsen afhankelijk te maken van het naleven van het Europees Semester. De Commissie stelde voor dat fondsen voor projecten in de regio’s geschrapt kunnen worden wanneer een lidstaat de Europese begrotingsregels niet naleeft. Maar niet alleen straft dit de regio’s af voor iets wat buiten hun macht om ligt, het evalueert bovendien het “goede gedrag” van een lidstaat enkel op basis van budgettaire en monetaire parameters. Dat is volgens de sociaaldemocraten klinkklare onzin. Hoe kan je Europese fondsen steeds meer richten op projecten die niet alleen economisch, maar ook sociaal en ecologisch zinvol zijn, maar tegelijk het toekennen van die fondsen louter laten afhangen van puur financiële elementen? Een gezond budgettair beleid is noodzakelijk, dat staat buiten kijf. Maar minstens even belangrijk zijn sociale en duurzaamheidsdoelstellingen. We stellen daarom een duurzaam ontwikkelingspact voorop dat het Europees Semester drastisch hervormt en eindelijk de mensen en de planeet op gelijke voet plaatst met de centen. Naast macro-economische regels over overheidsschuld en begrotingstekort, moeten ook ecologische en sociale verwezenlijkingen bekeken worden. Enkel wanneer die allemaal even zwaar doorwegen in het beoordelen van de lidstaten, is er sprake van een eerlijke score.    

Ook in de manier waarop de middelen verdeeld worden tussen de regio’s hebben de sociaaldemocraten kunnen doorwegen. Voor het eerst kijkt men niet meer uitsluitend naar het BNP per inwoner voor het toekennen van fondsen. Ook jeugdwerkloosheid, scholingsniveau, risico’s verbonden aan klimaatverandering in een bepaald gebied en de inspanningen die een regio doet om migranten op te vangen en te integreren worden voortaan in de weegschaal geworpen. Ook hebben we onze strijd voor de Europese kindgarantie, een van onze speerpunten, gewonnen. Hiervoor wordt 6 miljard euro vrijgemaakt. Het Parlement heeft een zeer duidelijk sociaal, ecologisch en economisch signaal gegeven. Nu is het aan de Commissie en de lidstaten om hier mee aan de slag te gaan.