Europese regeringsleiders stellen zwakke klimaat- en energiemaatregelen voor

Parlement en Commissie moeten blijven werken aan hogere ambities

Zoals te verwachten viel, hebben de Europese regeringsleiders weinig ambitieuze klimaat- en energiedoelstellingen vastgelegd op de Europese Top in Brussel. Ze blijven onder de doelstellingen die het Europees parlement had goedgekeurd. Ik roep het parlement en de Commissie op om te blijven ijveren voor meer ambitie.

De uitstoot van broeikasgassen moet met minstens 40 procent dalen tegen 2030. Dat wordt een bindende doelstelling voor de hele EU. Energie-efficiëntie moet toenemen met minstens 27 procent en de energiemix van de Unie moet minstens voor 27 procent uit hernieuwbare energie bestaan. De regeringsleiders hebben zoals gevreesd de doelstellingen onder druk van de Oost-Europese landen en het Verenigd Koninkrijk afgezwakt.

Laten we toch beginnen met het goede nieuws: Er is een akkoord. Het zag er immers een tijdje naar uit dat de weerstand bij een aantal lidstaten zo groot was dat de Raad niet tot een overeenkomst zou komen. Het zou dramatisch zijn geweest om zonder standpunt naar de klimaattoppen te moeten trekken. 

Maar het akkoord zelf is weinig ambitieus, vindt Van Brempt. De sociaaldemocraten hadden in het parlement 50 procent reductie van broeikasgassen voorgesteld, 45 procent hernieuwbare energie en 40 procent energie-efficiëntie. Haalbare doelstellingen, als je weet dat we voor de 2020-doelstellingen voor de reductie van broeikasgassen vandaag al 18 procent van de beoogde 20 procent bereikt hebben. Het parlement bereikte echter een compromis voor minstens 40 procent reductie van broeikasgassen, 30 procent hernieuwbare energie en 40 procent energie-efficiëntie. Zelfs die conservatieve doelstellingen werden nu door de Europese regeringsleiders afgezwakt.

Voor het parlement hadden de Europese doelstellingen ook allemaal bindend moeten zijn; dat geldt nu enkel voor de reductie van broeikasgassen en hernieuwbare energie. De inspanningen voor de reductie van broeikasgassen worden verdeeld over de lidstaten, voor hernieuwbare energie zijn de doelstellingen enkel op Europees niveau afgesproken. Dat betekent dat lidstaten nauwelijks verantwoording moeten afleggen voor de inspanningen die ze zelf doen inzake hernieuwbare energie. De doelstelling voor energie-efficiëntie is ‘indicatief’, zodat er ook weinig druk achter zit om ze ook effectief te halen.

Bovendien bevat het akkoord heel wat achterpoortjes. Zo krijgen armere landen zoals Polen nog gedurende 15 jaar extra financiële steun om bijvoorbeeld hun energieproductie te moderniseren. In werkelijkheid worden dergelijke middelen vaak gebruikt om bestaande steenkoolcentrales efficiënter en ‘schoner’ te maken, in plaats van om de omslag naar hernieuwbare energie te realiseren. Wat het gebruik van steenkool betreft, blijft het dus business as usual.

Er is toch één belangrijk lichtpunt. De Raad spreekt over doelstellingen die ‘minstens’ gehaald moeten worden én voegt daaraan toe dat ze na de klimaattop van Parijs naar boven bijgeschaafd kunnen worden. Dat betekent dat het parlement de moed niet mag verliezen en moet blijven vechten voor ambitieuzere doelstellingen.

Er ligt nu ook voor de Commissie Juncker een uitdaging op tafel: Juncker verklaarde dat duurzame ontwikkeling een absolute prioriteit is voor de Commissie en dat de Unie een leidersrol wil spelen op het vlak van hernieuwbare energie. Maar precies de doelstellingen voor hernieuwbare energie werden door de regeringsleiders afgezwakt. Juncker kan nu bewijzen dat hij dat meende door met het parlement mee te werken aan ambitieuzere doelstellingen voor de Europese Unie.

De Europese regeringsleiders hebben een kans laten liggen om Europa op wereldvlak een voortrekkersrol te laten spelen. Met dit akkoord keren we de klimaatverandering niet en bereiken we de 2° ambitie niet. We blijven veel te dicht bijbusiness as usual, terwijl we krachtig de transitie naar een energielandschap met 100 procent hernieuwbare energie hadden moeten inzetten. Dit verplicht het parlement én de Commissie om de komende maanden en jaren het ambitieniveau te verhogen en werk te maken van slimme investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, die niet alleen het milieu, maar ook de werkgelegenheid in Europa ten goede zullen komen.