Europees parlement mist kans om landbouwbeleid te vergroenen

Tijdens een lange en tumultueuze stemming over het Europees landbouwbeleid, miste het Europees parlement vandaag een unieke kans om de Europese boeren beter te wapenen voor de toekomst. Het parlement trok helaas de kaart van de intensieve en industriële landbouw. De sp.a-parlementsleden in het Europees parlement stemden daarom tegen.

Het Europese landbouwbeleid is in crisis. Het grootste deel van het budget wordt oneerlijk tussen boeren verdeeld (80 procent van de middelen gaan naar 20 procent van de landbouwbedrijven). Tegelijk gaan er te weinig middelen naar duurzame landbouw en de versterking van het platteland. Subsidies hebben vooral milieuschadelijke en intensieve landbouwpraktijken vooruit geholpen met onvoldoende aandacht voor dierenwelzijn en kwaliteit van het landelijk gebied. Zowat 40 procent van het Europese budget gaat naar landbouw. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn, maar daar mogen we meer voor terug vragen dan vandaag het geval is.

De publieke opinie in Europa heeft hierover meermaals zijn bezorgdheid uitgedrukt. in 2011 bleek uit de Eurobarometer dan 77 procent van de Europeanen meer milieuvoorwaarden wil gekoppeld zien aan de landbouwsubsidies. De milieubeweging, maar ook de sociaaldemocraten in Europa hebben zich altijd uitgesproken voor het principe “publieke middelen voor publieke goederen en diensten” in de landbouw. Dit betekent dat overheidsmiddelen voor landbouwers beschikbaar moeten zijn in ruil voor gezonde, milieuvriendelijk geproduceerde voeding en een levendig platteland. Subsidies die zorgen voor milieuschadelijke praktijken en die een negatieve impact hebben op jobs, op de economie van plattelandsregio’s en op het dierenwelzijn hadden we moeten afbouwen.

Voor het eerst beslist het Europees parlement mee over het landbouwbeleid. Helaas zorgde de stemming in de landbouwcommissie in januari voor een grote stap achteruit. De middelen bleven oneerlijk verdeeld, de intensieve en milieuschadelijke praktijken werden nog steeds begunstigd. En zogenaamde groene steunmaatregelen waren niet gekoppeld aan de voorwaarde dat de basismilieuregels gerespecteerd worden. Zelfs dubbele betaling voor hetzelfde werk was mogelijk.

De stemming zorgde voor boze reacties uit de milieubeweging (270 Europese NGO’s), delen van de voedingsindustrie, groeperingen van duurzame en kleinschalige landbouwers, belangenorganisaties uit het platteland en vakbonden. De plenaire zitting van het parlement vandaag moest heel wat rechttrekken, zoals eerder ook gebeurde voor het gemeenschappelijke visserijbeleid. Maar na de stemming is het resultaat pover. De schade blijft beperkt, maar van een grote landbouwrevolutie kunnen we alsnog niet spreken.

Positief is dat boeren niet meer twee keer voor hetzelfde werk vergoed kunnen worden. Dat klinkt logisch maar in het verleden zag de landbouwcommissie van het parlement daar blijkbaar geen graten in. Die aberratie is vandaag rechtgezet.

Om beroep te kunnen doen op inkomenssteun moeten boeren in de toekomst voldoen aan de richtlijn over duurzaam pesticidengebruik. Dat is goed, maar tegelijk haalden verplichtingen om te voldoen aan de kaderrichtlijn water en de vogel- en habitatrichtlijn als voorwaarde voor directe steun het vandaag dan weer niet. Nochtans verwachten we dat wel van alle andere Europeanen en bedrijven in de Unie. Tot slot wordt het (iets) minder vanzelfsprekend om als landbouwbedrijf 'groen' genoemd te worden en op de bijhorende steun te kunnen rekenen. Eigenlijk is het enkel de biologische landbouw die per definitie onder de groene noemer valt.

Helaas wegen de negatieve punten, zowel in aantal als qua gewicht stevig door. Het plafond voor de inkomenssteun per jaar en per bedrijf blijft op 300.000 euro. Nochtans wilden wij dat bedrag verlagen, zodat er minder geld beschikbaar was voor de grootste boeren en er geld vrij kwam voor kleinschaligere landbouw. Ook exportsubsidies blijven mogelijk, net zoals nieuwe importbelastingen voor derde landen. De verplichte gewasrotatie komt er evenmin. De voorwaarden om als niet-bioboer toch groene steun te krijgen zijn erg flexibel en vaag. Lidstaten mogen beslissen over de definitie die bepaalt wie onder het etiket "actieve boer" valt, waardoor de Britten dus nog steeds Queen Elisabeth onder die voorwaarden kunnen laten vallen.

Het Europees parlement mist dus zo haar afspraak met de geschiedenis. De eerste kans om vanuit het parlement de Europese landbouw te vergroenen is een zwaktebod van jewelste geworden en daarom steunde sp.a de voorstellen niet. Deze hervorming mist de kans om kleinere en meer duurzaam boerende landbouwers een duw in de rug te geven en zo de Europese landbouw niet alleen een rol te geven in voedselproductie, maar ook in landschapsbehoud- en herstel, waterbeleid, bodembescherming, biodiversiteit en dierenwelzijn. Met deze beslissing zullen de grote, intensieve bedrijven er de komende jaren nog het beste blijven voor staan.