Europees parlement legt nieuwe uitstootnormen auto’s vast

In 2020 mag de gemiddelde CO2-uitstoot van de Europese autovloot – meer bepaald nieuwe wagens die na 2020 verkocht worden - nog slechts 95 gram per kilometer zijn. Dat werd bevestigd in de milieucommissie van het Europees parlement. Ook de tests die constructeurs uitvoeren om de ‘officiële’ uitstoot te meten, worden aangepast.

Vandaag bedraagt de gemiddelde toegelaten uitstoot nog 160 gram, in 2015 wordt dat 130 gram, een streefdoel dat de autoconstructeurs al met het grootste gemak halen. We hadden gehoopt nog ambitieuzere doelstellingen vast te leggen voor 2025. Dat zou voor duidelijkheid hebben gezorgd en de auto-industrie de kans hebben gegeven zich voor te bereiden op die strengere normen. Die hebben we absoluut nodig in de strijd tegen de klimaatopwarming en de gevolgen van luchtverontreiniging voor de volksgezondheid. Luchtvervuiling kost ons volgens de European Respiratory Society, de vereniging van longspecialisten, jaarlijks meer dan 5 miljard euro aan ziektekosten. Vooral het verkeer zorgt voor die toenemende luchtverontreiniging. De transportsector neemt bijna een kwart van alle uitstoot van broeikasgassen voor haar rekening. Ambitieuze doelstellingen waren dus noodzakelijk, maar de autolobby is er in geslaagd die piste af te sluiten, met de hulp van de conservatieve meerderheid, waaronder opnieuw de Europese volkspartij, die vorige week ook al de Europese emissiehandel in gevaar bracht.

Er komen dus geen nieuwe doelstellingen voor 2025, maar we zijn er wel in geslaagd een passage toe te voegen die stelt dat de Europese Commissie ambitieuzere doelstellingen mag opstellen als uit studies blijkt dat dit voor de automobielsector haalbaar is. Volgens het Europees parlement moet een daling naar 78 tot 68 gram haalbaar zijn. Het mag nog strenger als de Commisie dat haalbaar acht.

Het is wel een goede zaak dat de doelstellingen voor 2020 nu eindelijk vastliggen op 95 gram. Zwaardere wagens stoten uiteraard méér uit dan kleine auto’s, maar de constructeurs zullen er voor moeten zorgen dat de totale verkochte vloot onder het nieuwe gemiddelde blijft, anders riskeren ze serieuze boetes die in de miljoenen euro’s kunnen lopen. Het is de bedoeling de kost van eventuele boetes hoger te maken dan de kosten die constructeurs hebben om hun CO2-doelstellingen te halen. Anders komen we geen stap vooruit.

Daarnaast vragen we aan de Europese Commissie om de regels te herzien voor de tests die autoconstructeurs doen om de uitstoot van hun wagens te meten. Recent werd duidelijk dat die tests gemanipuleerd worden. Die echte uitstoot ligt bijna eenvierde hoger dan wat de tests aangeven, met alle nefaste gevolgen van dien voor het klimaat en onze portemonnee. Wij willen de zogenaamde World Light Duty Test Procedure (WLTP) invoeren, een testprocedure die wereldwijd zou worden toegepast en nog in ontwikkeling is. Tegen 2017 zou deze test kunnen ingevoerd worden.
Tot slot heeft de Milieucommissie de regels voor de zogenaamde super credits vastgelegd. Constructeurs die milieuvriendelijke wagens produceren, krijgen een beloning met een uitstootkrediet dat het totale uitstootcijfer van de door hen geproduceerde vloot naar beneden kan halen. Een hybride of elektrische wagen, of elke andere auto die minder dan 50 gram CO2 per kilometer uitstoot, mag in de berekening van de totale CO2-uitstoot als méér dan één wagen geteld worden, zodat de gemiddelde uitstoot kunstmatig daalt. Het parlement wil op die manier constructeurs aansporen om milieuvriendelijke wagens te produceren en op de markt te brengen. We blijven wel kritisch, omdat dit systeem uiteraard ook door de constructeurs kan gebruikt worden om hun resultaten artificieel op te smukken. Door milieuvriendelijke wagens op de markt te brengen, kunnen ze ook het segment van de dure en vervuilende luxewagens blijven slijten. Daarom hebben we een plafond gezet op het gebruik van super credits. Je kan ze dus niet oneindig blijven gebruiken om je doelstellingen te halen.