Europees Groenboek energie en klimaatbeleid weinig ambitieus

De Europese Commissie heeft vandaag haar Groenboek over het energie- en klimaatsbeleid voor 2030 voorgesteld. Helaas zijn de voorstellen vaag en getuigen ze van een gebrek aan ambitie en daadkracht. Nochtans zijn er lidstaten die tonen hoe het wel moet. 

Hoewel de Commissie erkent dat de 2020-doelstellingen voor energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en broeikasgasuitstoot een succes zijn, doet ze geen gelijkaardige voorstellen voor 2030. Ondanks de talrijke studies die zowel door de Commissie als door externe organisaties werden uitgevoerd en die een duidelijk beeld schetsen van de beleidsmaatregelen die nodig zijn om de klimaatverandering af te wenden, de energiezekerheid te waarborgen en de rekeningen betaalbaar te houden voor onze industrie en onze gezinnen, blijft de Commissie vaag over haar doelstellingen. Ze wacht eerst een publieke consultatie af, om nadien met een voorstel te komen. Of dit voorstel legislatief van aard zal zijn, is eveneens koffiedik kijken. 
 
Wel geeft de Commissie reeds aan dat het wellicht geen goed idee is om nu doelstellingen voor 2030 inzake energie-efficiëntie vast te leggen, omdat dit onderwerp nog maar net behandeld werd in de energie-efficiëntierichtlijn. Jammer genoeg ontbrak het hen ook toen aan moed om doelstellingen voorop te stellen. Het gevolg zal wellicht zijn dat er geen heldere en afdwingbare doelstellingen komen. Nochtans kan het anders.
 
In Denemarken werd vorige week beslist om bij de plaatsing van nieuwe verwarmingsinstallaties, geen toestallen meer toe te laten die werken op fossiele brandstoffen. Geothermie, warmtenetten en warmtepompen op hernieuwbare energie - oplossingen die bij ons nog steeds als exotisch beschouwd worden - zijn daar vanaf nu de regel. Als dergelijke ambitieuze wetgeving mogelijk is in de lidstaten, hoe kunnen we dan genoegen nemen met deze zwakke houding van de Europese Commissie?