Europees Parlement geeft Barroso en Oëttinger lik op stuk

Al enkele weken heerst er heel wat commotie rond het energie- en klimaatpakket voor 2030. Dit pakket is een verzameling van aanbevelingen en regelgevingen die de Europese energie- en klimaatacties voor de volgende 15 jaar vorm zullen geven. Omdat deze acties een langdurige voorbereidingstijd nodig hebben, alsook gevolgen op de lange tot soms zeer lange termijn, is een goede planning en visie noodzakelijk. Precies daarom moeten de eerste stappen op het pad naar 2030 al vandaag gelegd worden. Volgens het Europees Parlement moet dat stappenplen ambitieus zijn. Als we onze doelstellingen inzake klimaatverandering en energievoorziening willen halen, zullen we ons gedrag en onze denkwijze grondig moeten bijschaven. 

Op 9 januari stemden de milieu- en energiecommissies van het Europees Parlement over hun gezamenlijk 2030 pakket. Dit "eigen initiatief rapport" wilde de visie van het Parlement aan de Commissie kenbaar maken, die op dat moment druk aan het schrijven was aan haar eigen voorstel. Hoewel het Europees Parlement duidelijk had gepleit voor ambitieuze doelstellingen, die de ontwikkeling van hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en de reductie van broeikasgassen op gelijke voet moest behandelen, werd haar oproep niet beantwoord door de Commissie. 

Barroso, Oëttinger en Hedegaard kwamen op 22 januari met hun voorstel. Dat was  uitermate zwak. Onder druk van industriële grootmachten en chantagepraktijken van sommige lidstaten werd een ronduit bedroevend klimaat- en energiepakket naar voor geschoven voor 2030 dat, in vergelijking met het vroegere 2020 pakket, stappen achterwaarts in plaats van voorwaarts zet. Enkel over het terugdringen van de broeikasgassen met 40% tegen 2030 kunnen we matig positief zijn. Matig, want wij vinden een vermindering met 50% absoluut noodzakelijk. Schokkender was dat er geen nationaal afdwingbare doelstellingen meer opgesteld werden inzake hernieuwbare energie. In het 2020 pakket was dit nog wel het geval: daar was de algemene doelstelling voor de hele Unie 20%. Die werd dan, rekening houdend met de capaciteiten van de verschillende lidstaten, vertaald naar nationale doelstellingen. Zo moet België bijvoorbeeld tegen 2020 13% van haar totale energie opwekken uit hernieuwbare bronnen. Hoewel uit de realiteit blijkt dat deze aanpak werkt, besloot de Commissie het toch over een andere, vrijblijvende boeg te gooien. Zij stelt een magere 27% voor op Europees niveau, een erg laag cijfer gezien de huidige stand van zaken. Bovendien zwijgt de Commissie in alle talen over de manier waarop dit cijfer gehaald moet worden. Er zijn immers geen nationale doelstellingen meer. Hoe we die 27 % moeten halen, wie welk deel voor zijn rekening neemt en hoe de Commissie dat zal afdwingen, is een raadsel. Tot slot is er dan nog energie-efficiëntie. Minder energie gebruiken om hetzelfde te bereiken is misschien wel de belangrijkste doelstelling. Het mag dan ook verbazen dat de Commissie hier niet eens streefcijfers naar voor heeft geschoven. Het is dus géén doelstelling meer. 

Het Europees Parlement liet vandaag tijdens de plenaire zitting gelukkig een heel ander geluid horen. Het bevestigde én versterkte zelfs haar visie van begin januari. De meest conservatieve groepen moesten het onderspit delven. Hun oproep tot een "single target", één enkele doelstelling voor broeikasgasreductie alleen, werd van tafel geveegd met 511 stemmen tegen 149. In de plaats daarvan koos het Europees Parlement opnieuw en massaal (579 tov 81 stemmen) voor 3 doelstellingen: hernieuwbare energie, energie-efficiëntie én broeikasgasreductie. Bovendien wil zij dat die doelstellingen bindend en ambitieus zijn. De boodschap is het duidelijkst op gebied van energie-efficiëntie. Het Parlement wil 40% bindende energie-efficiëntie tegen 2030 en vraagt om ook de 20% doelstelling voor 2020 alsnog bindend te maken. 

Op gebied van broeikasgasemissie stuurt het Parlement ook een duidelijk signaal. Formeel eist ze een reductie van minstens 40%, die ze later aanvult met een amendement dat minstens 44% eist. Dit cijfer acht ze immers nodig om op een kosten-efficiënte manier aan broeikasgasverlaging te werken teneinde de klimaatverandering te kunnen afwenden. Wat hernieuwbare energie betreft, komt er eveneens een positief geluid uit het Parlement, al is dat iets minder overtuigend. Het Parlement vraagt om een bindende doelstelling van 30% tegen 2030. Het ambitieuzere voorstel van de sociaaldemocraten van 40% haalde het helaas niet. (286 tegen 359 stemmen). 

Het parlement gaf nog andere belangrijke signalen. Zo heeft het opgeroepen om het ETS systeem of het emissiehandelsysteem, dat momenteel niet naar behoren functioneert, structureel te hervormen. Bovendien moeten allerlei achterpoortjes gesloten worden en dienen de opbrengsten van de emissiehandel besteed te worden aan onderzoek naar innovatieve en duurzame technologieën. 

Ook wat schaliegas betreft werd een uiterst belangrijke boodschap gegeven aan de Commissie en de lidstaten. Hoewel de Commissie slechts wat vrijblijvende aanbevelingen wilde, ging het Parlement nogmaals op de rem staan. Zij vraagt voor een verplichtende milieu-effecten rapportage voor zowel proefboringen als voor daadwerkelijke ontginning. 

Tot slot geeft het Parlement aan dat energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en investeringen in een nieuwe infrastructuur de enige "no regrets" opties zijn. Zij leveren massa's groen jobs, stimuleren de groei en de concurrentiepositie van Europa. Bovendien leidt dit ambitieuze pad tot lagere kosten dan een status quo beleid. Inzetten op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie alleen al levert 175 tot 320 miljoen euro op voor Europa. 

Of de standpunten van het Europees parlement luid genoeg klinken om de Commissie en de conservatieve lidstaten van koers te laten veranderen, valt nog af te wachten. De onderhandelingen beloven alvast spannend te worden. De rol van het Europees Parlement is zeker nog niet uitgespeeld.