Europees parlement eist bindende doelstellingen voor klimaat- en energiebeleid

Er komen bindende doelstellingen voor het klimaat- en energiebeleid dat de Europese Unie tegen 2030 wil uitrollen. Althans, als het van het Europees parlement afhangt, want de Europese Commissie moet haar eigen voorstellen nog bekend maken op 22 januari. De kans dat de Commissie heel wat minder ambitieus is, is reëel, maar het rapport van de milieucommissie én de commissie energie en industrie zet wel de druk op de ketel, vooral omdat ook acht milieu- en energieministers recent hetzelfde bepleitten en ook grote bedrijven opriepen om van energie-efficiëntie een speerpunt te maken in het Europese energiebeleid.

Het was nochtans niet zeker dat het Europees parlement voluit zou gaan in haar eigen initiatiefrapport dat de krijtlijnen schetst voor het toekomstige klimaat- en energiebeleid van de Unie. Vooral de vraag naar bindende doelstellingen in verband met de drie grote luiken van het rapport - energie-efficiëntie, de uitstoot van broeikasgassen en de ontwikkeling van hernieuwbare energie - werd niet in alle politieke families gedragen. Maar gelukkig hebben we het pleit gewonnen. Een klinkende overwinning, hoewel we niet al onze doelen helemaal hebben bereikt.

Zo wilden de sociaaldemocraten tegen 2030 een reductie van de broeikasgassen met 50 procent. In het compromisvoorstel bedraagt dat 40 procent. Onvoldoende, maar wel het dubbele van de doelstellingen voor 2020. 

Het aandeel van hernieuwbare energie in de Europese energiemix moet tegen 2030 30 procent bedragen, hoewel de sociaaldemocraten liever 45 procent hadden gezien. De doelstelling voor 2020 was 20 procent, dat is nu 30 procent geworden tegen 2030; te weinig om echt belangrijke vooruitgang te boeken in de omslag naar een volledig koolstofvrije energieproductie. De grote overwinning van vandaag is echter de vraag voor een bindende doelstelling voor energie-efficiëntie van 40 procent tegen 2030. Dat is maar liefst het dubbele van de doelstelling voor 2020. Bovendien wordt nu opgeroepen voor een bindende doelstelling, dat was niet het geval voor 2020 wat er toe geleid heeft dat we inzake energie-efficiëntie sterk achterlopen op schema. Je kan immers om het even welke doelstellingen formuleren, als je ze niet hoeft te bereiken, is het een maat voor niets. We hebben altijd gezegd dat, net zoals er op het vlak van het begrotingsbeleid bindende doelstellingen worden opgelegd aan de lidstaten, dat ook het geval moet zijn voor bijvoorbeeld de strijd tegen armoede of, zoals nu, voor het klimaat- en energiebeleid. Dat laatste is overigens niet enkel gunstig voor ons milieu, het creëert ook massaal nieuwe jobs. Ook voor de economische heropleving én de tewerkstelling is dit dus goed nieuws.

Het parlement stelt dus aan de Commissie voor om tegen 2030 drie bindende doelstellingen vast te leggen voor energie-efficiëntie (40 procent efficiëntiewinst), hernieuwbare energie (30 procent van de Europese energiemix) en broeikasgasreductie (40 procent reductie). Of de Europese Commissie even ambitieus zal zijn, valt af te wachten. De Commissie komt op 22 januari met een eigen voorstel. Daar wordt nu al over gefluisterd dat het heel wat minder ambitieus zal zijn. Zo zou de Commissie enkel bindende doelstellingen willen voor de beperking van broeikasgassen, maar niet voor energie-efficiëntie en hernieuwbare energie. De bindende doelstelling voor 2020 inzake hernieuwbare energie zou de Commissie willen vervangen door een niet bindende doelstelling van 30 procent tegen 2030. De Commissie wil daarmee meer vrijheid geven aan de lidstaten, meerbepaald aan Frankrijk en het VK om te investeren in meer kernenergie. Waanzin, niet enkel omdat we nog steeds niet weten hoe we met nucleair afval moeten omgaan en omdat kernenergie ook gewoon een bijzonder gevaarlijke energiebron is, maar ook omdat het investeringen in hernieuwbare energie afremt.

Maar ik heb goede hoop dat het signaal dat vandaag werd gegeven door het parlement toch zal opgepikt worden door de Commissie. Ons voorstel ligt ook in de lijn van de brief die 8 milieu- en energieministers van evenveel lidstaten - waaronder België - naar de Commissie hebben gestuurd, en waarin ze pleiten voor scherpe en duidelijke doelstellingen. Gisteren mengde ook de industrie zich in het debat met een oproep aan het parlement en de Commissie om energie-efficiëntie hoog op de politieke agenda te plaatsen. "Energie-efficiëntie centraal stellen in het toekomstige Europese klimaat- en energiebeleid zou een heel positief effect hebben op de economische groei in de EU, jobs creëren en de invoer van energie van buiten de Unie beperken,” stelde de persmededeling van het Energy Efficiency Industrial Forum (EEIF) gisteren nog. De druk die nu ontstaat vanuit het parlement, een reeks lidstaten én de industrie zal mogelijk een positief effect hebben op de ambities van de Commissie.