Conservatieve meerderheid zwicht voor Europese autolobby

 In Antwerpen heeft volgens de stadsmonitor 45,2 procent van de bevolking last van geluidshinder; in Gent, Aalst en Sint-Niklaas loopt dat op tot 41 à 42 procent. Het Europees parlement, dat vandaag stemde over strengere geluidsnormen voor motorvoertuigen, heeft helaas een kans gemist om tegemoet te komen aan de klachten van mensen die dicht bij drukke verkeersassen wonen. Een conservatieve meerderheid in het parlement heeft, onder druk van de automobiellobby, de door de milieucommissie van het parlement goedgekeurde strengere normen behoorlijk afgezwakt.

Een nederlaag voor iedereen die in de buurt van drukke verkeersassen woont, en een overwinning voor de autolobby. Vooral de lagere inkomensgroepen die in de buurt van drukke verkeerspunten wonen en dagelijks aan lawaai worden blootgesteld zijn het slachtoffer van de beperkte reductie van lawaaioverlast. Eerder had de milieucommissie van het parlement in een spannende en nipte stemming strengere geluidsnormen goedgekeurd die in de praktijk de lawaaioverlast van het verkeer met de helft zouden terugdringen. De autolobby heeft kosten noch moeite gespaard om die strengere normen in de prullenmand te doen belanden, daarin gesteund door een coalitie van centrumrechtse en rechtse partijen.
 
Het gevolg is dat een amendement van de Europese christendemocraten (EVP) met inbegrip van CD&V, de Europese Conservatieven en Reformisten (ECR), waarin ondermeer de Britse Tories zitten en de Europese rechtse nationalisten (EFD) de stemming gehaald heeft. De rode draad in dat amendement is dat de normen voor alle voertuigen met 1 à 2 decibels getemperd zijn. Als je weet dat 3 decibels het lawaai van het verkeer kan halveren, maakt een soepelere regelgeving die daar 1 à 2 decibels af haalt een enorm verschil.
 
Naast soepelere normen, werd er ook een nieuwe categorie gestemd voor sportwagens. Die mogen nu meer lawaai maken, terwijl wij sportwagens wilden behandelen als ‘gewone’ auto’s. Zo zijn de conservatieven er ook in geslaagd om een soepelere definiëring af te dwingen voor terreinwagens. Het komt er dus op neer dat grote, dure en snelle wagens meer lawaai mogen maken dan in het amendement van de progressieven.
 
Ook de autoindustrie heeft zelf een kans gemist om innovaties door te voeren en competitief voordeel te halen uit een strengere normering. Het argument is steeds dat strengere normen de werkgelegenheid in de sector schaden, maar dat is in dit geval een drogreden. De industrie kreeg zes jaar de tijd om haar nieuwe modellen aan te passen. Die aanpassing aan de strengere normen zou slechts 60 euro kosten per auto, of 0,3 procent voor een auto van 20.000 euro. Bovendien is geluidsreductie aan de bron véél goedkoper dan het bouwen van geluidsschermen of het aanbrengen van isolatie in woningen. Het zullen dus de burgers zijn die opdraaien voor de kosten van lawaai en niet de sector die het lawaai veroorzaakt.
 
Het afgezwakte voorstel zal nu deel uitmaken van de onderhandelingen tussen het parlement, de Europese Commissie en de Europese Raad. Als daar een akkoord bereikt wordt keert het dossier definitief terug naar het parlement.