Autoconstructeurs knoeien met officiële cijfers CO2-uitstoot en brandstofverbruik

 Auto’s zijn de laatste jaren veel zuiniger geworden. Althans, dat vertellen de autoconstructeurs ons. Maar ze belazeren ons. Er wordt behoorlijk geknoeid met de officiële tests om de auto een groener imago te geven. Het echte verbruik van een auto ligt bijna een vierde hoger dan wat de autoconstructeurs ons wijsmaken. 

Het Europees parlement werkt aan een rapport dat de normen voor brandstofverbruik en CO2 uitstoot scherp stelt tegen 2020. Het gaat om een herziening van ouder wetgevend werk, maar de parlementsleden willen ook nagaan hoe de normen tegen 2025 nog aangescherpt kunnen worden. In het kader van die werkzaamheden wordt ook nagegaan hoe het verbruik en de uitstoot getest kan worden. Volgende week dinsdag stemt de energiecommissie, waarvoor ik schaduwrapporteur ben, over de voorstellen van de Commissie. Maar vandaag kregen de parlementsleden een rapport in handen van de transport- en milieu-NGO Transport & Environment (T&E), die de officiële tests van de autoconstructeurs onder de loepe nam. Uit dat rapport blijkt dat het officiële benzine of dieselverbruik van een auto, zoals dat gemeten wordt in tests, bijna eenvierde lager ligt dan het échte verbruik op de weg. Auto’s verbruiken dus veel meer dan wat de fabrikant laat geloven. De kloof tussen de officiële CO2-uitstoot en de échte uitstoot van auto’s neemt overigens steeds meer toe. De gigantische verschillen tussen de officiële testresultaten en de werkelijkheid is het gevolg van manipulatie van de tests door de autoconstructeurs. 
 
T&E vergeleek voor 6 nieuwe standaardwagens de testresultaten van de autoconstructeurs met die van een onafhankelijk labo. De resultaten tonen aan dat het brandstofverbruik in de officiële tests van de autoconstructeurs gemiddeld 23 procent lager ligt dan de resultaten bij een onafhankelijke test. Bij sommige modellen loopt dat zelfs op tot 50 procent. De CO2-uitstoot van een wagen ligt 4 procent hoger in realistische omstandigheden. In die onafhankelijke tests werd er niet geknoeid met de testprocedures, zodat ze vergelijkbaar zijn met het reële gedrag van een auto op de weg.
 
Autoconstructeurs gebruiken maar liefst 20 verschillende trucs om hun auto’s een ‘groener imago’ te geven. Zo kleven ze in hun officiële tests de gleuven dicht rond de deuren van auto’s of zorgen ze er voor dat de roosters volledig dicht zijn. Ze gebruiken speciale banden die minder weerstand hebben en zetten teveel druk op de banden. Ze passen ze de uitlijning van de wielen aan, en knoeien met de remmen. Ze halen ook delen van de auto weg om het gewicht te verminderen. Zo hebben de auto’s op het officiële testparcours geen zijspiegels. Er wordt gebruik gemaakt van speciale smeermiddelen om de auto’s vlotter te laten rijden. Geteste auto’s worden langdurig opgewarmd voor de test, de testen worden op grote hoogtes uitgevoerd, bij onrealistisch hoge temperaturen of op extra gladde ondergronden of op hellende testparcours.
 
Consumenten hebben de indruk dat hun auto steeds minder uitstoot, terwijl er met de gegevens waarop ze zich baseren, gemanipuleerd werd. De constructeurs doen niet meer of minder dan hun klanten bedriegen. Want hun auto zal meer verbruiken dan ze dachten en hen in werkelijkheid dus meer geld kosten aan brandstof. Volgens T&E kan de meerkost oplopen tot 2000 euro voor elke bestuurder gedurende zijn hele leven. Ze bedriegen ook de overheden. De EU wetgeving is gericht op het verlagen van de CO2 uitstoot. Die verlaging halen ze enkel in laboratoriumomstandigheden en na geknoei met de omstandigheden van de tests. Ze bedriegen ook de belastingbetaler, want overheden belasten wagens op basis van hun uitstoot en ze baseren zich op de officiële testresultaten. Maar die zijn vervalst.
 
Europa moet nu dringend glasheldere regelgeving maken voor de testprocedures van auto’s. De officiële tests moeten uiteraard de omstandigheden van het normale gebruik van een auto nabootsen. Bovendien moeten constructeurs gecontroleerd kunnen worden en in staat zijn de testresultaten te herhalen. Wij stellen ook voor om een zogenaamde ‘in service testing’ te doen, waarbij steekproeven genomen worden in reële omstandigheden. Als blijkt dat het verschil met de testen van de constructeurs meer dan 4 procent is, worden de constructeurs op het matje geroepen en moeten ze hun gegevens aanpassen. We willen ook dat in dat geval de constructeurs boetes moeten betalen.