We moeten nu verhinderen dat de consument de melkkoe wordt van een falend energiebeleid

 Europees Commissaris Oettinger heeft zopas in het Europees Parlement het eindrapport over de nucleaire stresstest in de EU voorgesteld. De stresstests werden uitgevoerd om de veiligheid van alle Europese nucleaire installaties te controleren, ten gevolge van de ramp in het Japanse Fukushima. De resultaten zijn schokkend. Maar liefst 134 van de in totaal 148 kerncentrales slaagden niet voor de stresstests en halen dus geen aanvaardbaar veiligheidsniveau. Dringend tijd voor actie dus.

Commissaris Oettinger kondigde meteen strengere veiligheidsnormen voor in de herziening van de richtlijn over nucleaire veiligheid. Die zou vermoedelijk in februari 2013 voorgesteld worden. Verder bevestigde Oettinger dat er honderden defecten werden vastgesteld en dat de kosten om deze aan te pakken, kunnen oplopen tot 25 miljard euro. Een astronomisch bedrag dat, aldus Oettinger, hoegenaamd niet uit de Europese budgetten mag komen. De exploitanten moeten deze kosten dragen en tevens voldoen aan de hoogste veiligheidsnormen. Ook als dit betekent dat de kosten doorgerekend worden aan de consument vindt de Europese Commissie. Indien dit de prijzen te sterk de hoogte in jaagt, moet ook een sluiting van de centrales bespreekbaar worden volgens Oettinger.

Ik ben blij dat de kost voor het herstel van de vastgestelde gebreken niet uit de Europese budgetten zal komen en hoop dat Europese en nationale budgetten besteed zullen worden aan de uitbouw van een duurzame en veilige energieproductie in plaats van aan het oplappen van oude en gevaarlijke kerncentrales.

Het is opmerkelijk dat Oettinger verklaart dat de exploitanten de kosten moeten betalen, zelfs als dat betekent dat ze doorgerekend worden aan de consument. Het is ongehoord dat de uitbaters van nucleaire centrales nu al jaren gigantische winsten halen uit kerncentrales die reeds afgeschreven zijn én het herstel van die verouderde centrales nog maar eens zouden doorrekenen aan de consument. Zo wordt de consument de melkkoe van een falend energiebeleid. Oettinger voegde daar weliswaar aan toe dat als de kosten te hoog oplopen, een sluiting dan maar moet overwogen worden. Sowieso is 25 miljard euro een te hoge kost voor het oplappen van een verouderde en gevaarlijke technologie, als we weten dat we sowieso moeten evolueren naar een duurzaam energiebeleid. Met 25 miljard euro kan je bovendien 12500 windmolens bouwen, goed voor 25GW extra windcapaciteit, waarmee 14,5 miljoen huishoudens gedurende een jaar groene en veilige energie kunnen krijgen. De lidstaten zullen de komende maanden dus knopen moeten doorhakken. Willen we onze schaarse middelen investeren in een verouderde en gevaarlijke technologie, of kiezen we radicaal voor een nieuw en duurzaam energiebeleid? Die keuze kan toch niet zo moeilijk zijn. Daarom moeten we nu eindelijk voluit gaan voor een nucleairvrij Europa.