Tegen 2030 bindende doelstellingen hernieuwbare energie

Op 6 juni lanceert de Europese Commissie haar nieuw voorstel over hernieuwbare energie. Wil ze van hernieuwbare energie écht een grote speler maken in de Europese energiemarkt, dan zal ze bindende doelstellingen moeten vastleggen. Meer bepaald van 45% hernieuwbare energie in Europa tegen 2030.

Momenteel doen de Europese lidstaten het lang niet slecht om de algemene doelstelling van 20% hernieuwbare energie in 2020 te halen. Meer zelfs, 10 lidstaten geven aan dat ze een surplus aan hernieuwbare energie zullen hebben en zo hun nationale doelstellingen zullen overtreffen. Ook België zit ongeveer op schema om haar doelstelling van 13% te halen, hoewel meer ambitie en gerichte actie vereist zijn om dat percentage te bereiken. Wat alvast duidelijk is, is dat het opleggen van doelstellingen effectief tot de gewenste resultaten leidt. De lidstaten hebben die afdwingbare doelstellingen ook nodig om tot de juiste acties over te gaan.

Ik blijf ervan overtuigd dat een energielandschap dat haast volledig is opgebouwd uit hernieuwbare energie tegen 2050 mogelijk is. Het is dan wel cruciaal om de nieuwe doelstellingen voor hernieuwbare energie vast te leggen tegen 2030. Een sterke groei aan hernieuwbare energie tegen 2030 verlaagt niet alleen de uitstoot van broeikasgassen. Het verhoogt ook de concurrentiekracht van Europa, geeft zekerheid aan investeerders en creëert meer dan 3 miljoen jobs in de lidstaten. Meer zelfs, het is ondertussen geweten dat hernieuwbare energie de enige energiebron is die op langere termijn alsmaar goedkoper zal worden. Al de andere bronnen, van fossiele of nucleaire oorsprong, zullen steeds duurder worden.

Iedereen vaart dus wel bij een ambitieus beleid. Ik hoop dan ook dat de Commissie zich morgen, 6 juni, van haar meest ambitieuze kant laat zien en bindende doelstellingen voor hernieuwbare energie tegen 2030 voorstelt.