Over gas, Oekraïne en de nood aan duurzame energie in Europa

Het Europees parlement stemt vandaag over een resolutie om de annexatie van de Krim door Rusland te veroordelen. Terecht uiteraard. Het is immers nodig deze daad van agressie snel en in duidelijke bewoordingen te veroordelen. Gelukkig trapt het Europees parlement niet in de val om de gemoederen verder op te hitsen door een te extreem standpunt in te nemen in deze resolutie. Niemand heeft immers belang bij een vernieuwde koude oorlog retoriek waarbij de pro-EU inwoners de 'goeden' zijn en de pro-Russische inwoners de 'slechten'. De-escalatie van het conflict en het opstarten van een politieke dialoog met Rusland zijn cruciaal om tot een vreedzame oplossing te komen. En dat is onze eerste prioriteit.

De crisis in Oekraïne leert ons tegelijk iets anders. Wij zijn als EU bijzonder kwetsbaar door onze grote energie-afhankelijkheid. Dat is geen nieuwe vaststelling, maar het huidige conflict in Oekraïne maakt die blootstelling opnieuw erg duidelijk. De vrees voor de chantage die Rusland kan plegen op Europa door de gasvoorziening te beperken is dan ook niet ongegrond. Het is nog maar goed vier jaar geleden, tijdens die strenge winter van 2009, dat Rusland de gaslevering aan Oekraïne met een kwart terug schroefde. Een conflict omwille van toekomstige gasprijzen en achterstallige betalingen ontspoorde en leidde tot een crisis die duizenden mensen in de vrieskou zette. 

De angst was in heel Europa aanwezig, want ook de gaslevering aan West-Europa kwam in gevaar, gezien een vijfde van de Europese gasbehoefte voorzien wordt door pijpleidingen die van Rusland door Oekraïne naar de rest van Europa lopen. Er wordt dan ook al jaren gezegd dat het dringend tijd is om in te grijpen en de Europese energie afhankelijkheid van Rusland te verminderen. Maar voldoende duidelijke acties bleven voorlopig uit. De situatie in Oekraïne zet het probleem, en de urgentie ervan, echter opnieuw op de agenda. Het gevolg is dat de EU haar ambities met betrekking tot energie mogelijk zou versterken. De Europese Commissie heeft tegen juni de opdracht gekregen om een plan op te stellen om de afhankelijkheid van gas te verminderen. En dit door meer in te zetten op energie-efficiëntie, hernieuwbare energie en door de energiebronnen te diversifiëren.

Een optie die vaak naar voor geschoven wordt om de greep van Rusland op onze energievoorziening te verminderen is een betere diversificatie van de aanvoerroutes. Door het aanleggen van de "zuidelijke corridor", een netwerk van pijpleidingen die nieuwe gasvoorraden vanuit de Kaspische zee en het Midden Oosten naar Europa moet laten stromen, zou een einde gemaakt kunnen worden aan de dominantie van Gazprom in centraal en zuidoost Europa. Hoewel dit project door sommigen een lange tijd gezien werd als hét belangrijkste project voor het bewerkstelligen van Europese energiezekerheid, is de echte constructie nog veraf. Na meer dan tien jaar onderhandelen en plannen is de realisatie van de zuidelijke corridor nog steeds verre van realiteit. Het bleek immers niet louter een infrastructuurproject te zijn, maar een complex kluwen dat, op technisch en financieel maar nog meer op politiek niveau, niet ontward geraakt. Er zijn talloze betrokken partijen, die allen de neuzen in dezelfde richting moeten krijgen. Maar Europa heeft geen enkele controle op een aantal cruciale voorwaarden, noch op de houding van internationale partners, waardoor ze de besluitvorming onvoldoende kan sturen en wat de grenzen van het Europese externe energiebeleid alweer pijnlijk duidelijk maakt.

De energieonafhankelijkheid kan daarom maar beter op een andere manier bereikt worden, via factoren die we wél helemaal zelf in de hand hebben. Zoals de productie van hernieuwbare energie, een efficiënter energiegebruik en het optimaliseren van onze energie infrastructuur, die onder meer een goede verbinding tussen de verschillende lidstaten toelaat. Deze keuzes zijn een evidentie, en dat vindt ook de Europese Commissie, die ze zelf uitriep tot de "no regrets options", de enige investeringen die enkel maar voordelen kunnen opleveren.

Een duurzaam energiebeleid creëert massa's jobs en stimuleert de groei en de concurrentiepositie van Europa. Maar bovendien, en dat is zeker in de huidige Oekraïense context nog crucialer, verzekert ze onze energievoorziening en onze onafhankelijkheid van externe partijen waarover we weinig of geen controle hebben. Het excuus dat deze investeringen onbetaalbaar zijn is een non-argument. Niet alleen stijgt de prijs van fossiele brandstoffen onophoudelijk, maar bovendien leiden duurzame investeringen op termijn tot lagere kosten dan een status quo beleid. Inzetten op hernieuwbare energie en energie-efficiëntie alleen al levert 175 tot 320 miljoen euro op voor Europa. Voor elke euro die we trouwens niét duurzaam investeren in onze energiesector vóór 2020, zullen we na 2020 4,3 euro extra moeten investeren om de bijkomende emissies te compenseren. Dit toont nogmaals aan hoe cruciaal het is om ons energieverhaal snel op een duurzame manier verder te ontplooien.

Volgens een rapport van het Internationaal Energieagentschap (IEA) zou het aandeel van hernieuwbare energie tegen 2016 groter worden dan energie geproduceerd uit gas. Ondanks een economisch moeilijke context zou het aandeel hernieuwbare energie de volgende 5 jaren meer dan 40 procent stijgen. Dat maakt van de duurzame energiesector de snelst groeiende energiesector. Tegen 2018 zou zo bijna een kwart van de energieproductie afkomstig zijn uit hernieuwbare en duurzame bronnen. In 2011 vormde dat nog maar 20%. Déze factoren versterken onze positie in onderhandelingen en stellen ons in staat om ons te weren tegen mogelijke dreigementen vanuit Rusland.

Eén van de belangrijke sleutels voor het oplossen van het huidige geo-politieke conflict op lange termijn ligt dus bij het energiebeleid. Samenwerking, toekomstvisie en slimme investeringen zijn daarbij de onmisbare bouwstenen en alleen de Unie heeft voldoende slagkracht om op grote schaal de nodige veranderingen door te voeren. De juiste beleidsbeslissingen, die zowel ondersteuning bieden als verplichtingen opleggen, moeten nu genomen worden zodat we samen die onafhankelijkheid kunnen waarmaken. In dat kader zijn de onderhandelingen voor een ambitieus energie- en klimaatpakket voor 2030 in de volgende legislatuur dan ook van levensgroot belang. Het huidige voorstel van de Commissie voor 2030, en dus de uitgangspositie voor de debatten, is echter alles behalve ambitieus. Gezien de Commissie nu echter in het kader van het conflict in Oekraïne gevraagd wordt om tegen juni een plan op te stellen om onze energieafhankelijkheid van derde landen terug te schroeven, kan dit mogelijk de algemene ambities verhogen en ook het resultaat van de onderhandelingen over het 2030 pakket in de goede richting duwen. Het is enkel heel erg jammer dat er een crisis in Oekraïne voor nodig is om te beseffen dat een duurzaam energiebeleid de enige weg vooruit is.