Ondanks Belgisch verzet, stemt Europees parlement voor meer schone energie

Als het van het Europees parlement afhangt zullen de lidstaten een tandje moeten bijsteken om in de toekomst zowel schonere als ook minder energie te verbruiken. België had zich, op aansturen van Vlaanderen, flink verzet tegen ambitieuze energiedoelstellingen. Nochtans moeten we die richting uit, willen we de klimaatdoelstellingen halen. We moeten er wel voor zorgen dat iedereen mee kan en daarom is het belangrijk dat de aanpak van energiearmoede verplicht wordt.

Morgen stemt het Parlement over drie belangrijke dossiers uit het schone energiepakket: hernieuwbare energie, energie-efficiëntie en het beheer van de Energie Unie. Het is belangrijk dat we in heel Europa aan hetzelfde zeel trekken. Dat betekent dat we evolueren naar één Europees energielandschap waarmee we een duurzaam gebruik van energie stimuleren in de hele Unie. Niet alle landen zijn mee. Ondermeer België trachtte, op aansturen van Vlaanderen, samen met een groepje Oost-Europese steenkoollanden elke verhoging van het ambitieniveau af te blokken. Ze haalden echter hun slag niet thuis. Het Europees Parlement vond met de lidstaten die wel vooruit wilden een gekwalificeerde meerderheid om het ambitieniveau voor hernieuwbare energie tegen 2030 op te trekken van de 27% die door de Commissie werd voorgesteld naar 32%. De doelstelling voor energie-efficiëntie tegen 2030, werd opgetrokken tot 32.5%.

Deze verhoogde ambitie zal er volgens het voortgangsrapport van de Commissie toe leiden dat we tegen 2030 geen 40% reductie van broeikasgasemissies halen (zoals afgesproken werd vóór het akkoord in Parijs) maar 45%. Deze extra klimaatwinst valt toe te juichen, maar is onvoldoende om de temperatuurstijging te beperken tot 1.5°C ten opzichte van het pre-industriële niveau.  Daarvoor is een reductie met 55% tegen 2030 noodzakelijk, zoals door het Parlement ook gestemd in de COP24 resolutie twee weken geleden.

In dat opzicht is het derde dossier van het pakket erg belangrijk; dat van het beheer van de Energie Unie. Dat moet er voor zorgen dat de energie- en klimaatdoelstellingen ook effectief gehaald worden in de praktijk. Het omvat verplichtingen voor de lidstaten inzake planning, rapportering en monitoring. Voor het eerst moeten alle lidstaten nationale energie- en klimaat-actieplannen (NECP) opstellen. Ook ons land zal  voor het einde van 2018 knopen moeten doorhakken. De Commissie zal dan de plannen van alle lidstaten integreren en evalueren.  Op basis van de afzonderlijke nationale plannen kan de Commissie de optelsom maken en kijken of energie- en klimaatplannen samen voldoende zijn om de gemeenschappelijke Europese doelstellingen te halen. Als dat niet het geval is, treedt de zogenaamde “gap filler” in werking, een formule die berekent wat er moet gebeuren om het gat op te vullen tussen de doelstellingen van de lidstaten en die van de EU. Die gap filler stelt de Commissie in staat verplichtingen of aanbevelingen op te leggen aan lidstaten die een tandje moeten bijsteken. Ook is er een herzieningsmechanisme ingebouwd om de EU doelstellingen aan te passen aan internationale klimaatafspraken. Baanbrekend is dat deze herziening enkel opwaarts mag gebeuren.

Voor onze groep van sociaaldemocraten is het energie- en klimaatverhaal in de eerste plaats een sociaal verhaal. Schone energie mag geen voorrecht zijn van mensen die het kunnen betalen. We zien dat vandaag vooral de meest kwetsbare groepen in de minst energie-efficiënte woningen wonen en de hoogste energierekeningen betalen. Daarom is het een absolute overwinning voor onze groep dat er nu, voor het eerst in een Europese wetgeving, maatregelen moeten genomen worden om energie-armoede de kop in te drukken. Volgens ons is dit cruciaal voor het bereiken van een “eerlijke transitie”, een omslag naar een koolstofvrije economie, waar iedereen de vruchten van plukt en niet enkel de “happy few”.