Merendeel kerncentrales in Europa gebuisd voor stresstests

De resultaten van de nucleaire stresstest die uitgevoerd werden bij 148 Europese kerncentrales zijn uiterst verontrustend. 134 centrales scoren ondermaats. Honderden defecten werden geregistreerd en de kosten om die te herstellen, lopen op tot 25 miljard euro. Dat geld investeren we beter in duurzame energieopwekking in plaats van in het oplappen van een verouderde en levensgevaarlijke technologie. Kunnen we nu eindelijk de keuze maken voor een nucleairvrij Europa? Na de verwoestende gevolgen van de nucleaire ramp in het Japanse Fukushima werd anderhalf jaar geleden beslist om in Europa “stresstests” uit te voeren op de 148 kerncentrales die Europa telt. Bedoeling was te onderzoeken of onze centrales wel bestand zijn tegen gevaren zoals aardbevingen en overstromingen om zo aan te tonen dat een “Fukushima-scenario” in Europa onwaarschijnlijk is.

Het finale rapport, dat de resultaten van alle kerncentrales bundelt, wordt morgen door Europees Commissaris voor Energie Oettinger voorgesteld. De tekst is gisteren echter al uitgelekt. De resultaten zijn schokkend. Vooral in Frankrijk is de situatie schrijnend: geen enkele van de 58 Franse centrales kreeg groen licht. Ook Nederland scoorde erg slecht. België behaalde wel een vrij goed resultaat. Toch liggen ondertussen zowel Doel 3 als Tihange 2 stil wegens defecten die ontdekt werden... na de stresstests. Volgens Electrabel maken de controles op dit soort defecten geen deel uit van de stresstests. Dat betekent dat er ook iets mankeert aan de stresstests zelf. Er mocht maar een beperkt aantal elementen onderzocht worden, en er was van meet af aan heel wat kritiek op de manier waarop de tests zouden uitgevoerd worden en op de instellingen die de controles zouden doen. Als het merendeel van de Europese centrales deze lakse stresstests al niet kunnen doorstaan, kan men zich de vraag stellen wat de werkelijke problemen van onze centrales zijn. Die zijn allicht nog ernstiger dan wat de stresstests aantonen. Om de defecten te herstellen en de kerncentrales op een aanvaardbaar niveau van veiligheid te krijgen, moet 25 miljard euro uitgetrokken worden. Maar met 25 miljard euro kan je ook 12500 windmolens bouwen, goed voor 25GW extra windcapaciteit, waarmee 14,5 miljoen huishoudens gedurende een jaar groene en veilige energie kunnen krijgen.

Het is hoog tijd om knopen door te hakken. 25 miljard euro is ongeveer een tiende van het bedrag dat tegen 2020 nodig is om van start te gaan met de vernieuwing van onze hele Europese energie-infrastructuur. Daar zou zo’n 200 miljard euro voor nodig zijn. In plaats van de schaarse middelen nu in te zetten om een verouderde, onveilige en qua afvalproblematiek schadelijke technologie op te lappen, zouden we beter investeren in duurzame energieopwekking. Europa heeft trouwens net de kaap van 100GW geïnstalleerde windenergie gehaald. Met de 25GW extra energie die je realiseert door die 25 miljard te investeren, zou de Europese energiemix voor 13,5 procent uit windenergie bestaan.

Die investeringen in onze infrastructuur moeten trouwens sowieso gebeuren. De Commissie heeft bovendien berekend dat de kosten in elk scenario even hoog zijn, ongeacht welke energiemix we kiezen. Met of zonder hernieuwbare energie, met of zonder nucleaire energie: de investeringen zijn nodig omdat onze installaties verouderd zijn, en in alle gevallen exact even duur. Laat ons dan eindelijk de juiste keuze maken en investeren in een onafhankelijk, duurzaam, veilig en nucleairvrij Europa.