Europees parlement toont te weinig ambitie voor duurzame energie

 Deze week discussieerde het Europees parlement in Straatsburg over de ‘Roadmap Energie 2050’, dat een blik werpt op het energielandschap van 2050. Daarbij ligt de focus vooral op de verschillende paden die uitgestippeld kunnen worden richting 2050 en de rol van die de verschillende beschikbare energiebronnen hierin kunnen spelen. Een moeilijk en intensief debat, want 2050 ligt natuurlijk nog veraf. Toch is het cruciaal om de weg naar een duurzaam en hernieuwbaar energielandschap nu reeds onder de loep te nemen. Want de doelstellingen die we nu vastleggen, de projecten waar we nu in investeren en de wegen die we nu inslagen zullen bepalen hoe ons energielandschap in 2050 er zal uitzien.

Een eerste stap is het uitvoeren van de huidige afgesproken doelstellingen voor 2020. Voor de bindende doelstelling van 20% hernieuwbare energie zijn we momenteel op de goede weg, maar we moeten er over waken dat de inspanningen niet verzwakken. Voor de niet bindende doelstelling van 20% energie efficiëntie is dat helaas helemaal niet het geval en zullen we een tandje moeten bijsteken.
 
Europa heeft altijd een voorlopersrol gespeeld op het gebied van hernieuwbare energie en dat moeten we ook zo zien te houden. Het is nu dus van cruciaal belang dat we sterke en ambitieuze doelstellingen vastleggen voor de komende decennia. Daarom pleitte ik in het parlement voor bindende doelstellingen op gebied van hernieuwbare energie, energie efficiëntie en broeikasgasuitstoot tegen 2030. Helaas werd die doelstelling deze week door een nipte meerderheid weggestemt. Opmerkelijk, want het was Europees Commissaris voor Energie Oettinger die het parlement deze week opriep ambitieuze energiedoelstellingen goed te keuren. Dat het Europees parlement minder ambitieus blijkt te zijn dan de Commissie is een enorm spijtige zaak.