Efficiënte maatregelen voor energie-efficiënte

De energie-efficiëntie richtlijn (EED) is zonder twijfel hét energiedossier op de Europese agenda voor 2012. Minder verbruiken en efficiënter omgaan met energie levert ons lagere energiefacturen, minder energieafhankelijkheid van derde landen én extra jobs in de Unie. Europa zorgt er nu eindelijk voor dat de energie-efficiëntiedoelstellingen ook echt afdwingbaar worden.

Energie-efficiëntie is wellicht de eenvoudigste manier om spaarzamer om t springen met ‘dure’ energie en toch wordt er te weinig werk van gemaakt. In de EU2020-richtlijn voorziet de Europese Commissie drie doelstellingen: 20% minder broeikasgassen, 20% meer hernieuwbare energie en 20% meer energie-efficiëntie. Op deze laatste doelstelling scoren we uitermate slecht. Aan de huidige trend halen we niet eens de helft van het streefdoel. Dat komt omdat het niet gaat om bindende doelstellingen.

Na moeizame onderhandelingen in het parlement tussen progressieve en conservatieve fracties, werd er eindelijk een consensus bereikt: lidstaten moeten bindende nationale streefcijfers opstellen, zodat de Unie haar doelstelling kan bereiken.
Lidstaten mogen zelf bepalen hoe ze die doelstellingen bereiken. Zelf kunnen we efficiënter omgaan met energie door onze woning beter te isoleren, onze verwarming wat minder hoog te zetten, het licht niet onnodig aan te laten, enz. Maar om de EU-doelstellingen te halen, is echter een geïntegreerde aanpak op grote schaal vereist.

Zo moeten lidstaten het energieverbruik van publieke en private gebouwen aanpakken. Dat zijn immers de grote energievreters. Dit kan door minder energie te verbuiken, maar ook door een grondige renovatie van de gebouwen en een innovatieve inrichting die meer gericht is op een efficiënt verbruik van energie.
Ook wie geld verdient aan energie moet inleveren. Het Europees parlement wil dat de leveranciers en distributeurs minder energie moeten leveren en verkopen.

De strengere maatregelen mogen echter niet leiden tot meer energie-armoede. De sociaaldemocraten waken er over dat iedereen wint bij energiebesparingen. De slimme meter – een meter die informatie verschaft en het mogelijk maakt gedrag bij te sturen – zou hierin een rol kunnen spelen. De werkelijke voordelen en kosten van deze meters zijn echter nog onvoldoende gekend. Daarom heeft het Europees parlement beslist een verplichte invoering van slimme meters voorlopig niet mee op te nemen.

De richtlijn werd ook bestudeerd met het oog op reeds bestaande initiatieven, zoals het emissiehandelssysteem (ETS). Het parlement bepaalde nu dat de Commissie een onderzoek moet uitvoeren naar de effecten van de energie-efficiëntie richtlijn op het ETS, zowel wat betreft incentives voor groene investeringen als voor mogelijke carbon leakage – dat is het gevaar op het wegtrekken van de industrie naar regio’s met een minder strikte milieuwetgeving.

Het volledige standpunt van het Europees parlement kan je hier nalezen.

De stemming in het Europees parlement is een eerste belangrijke stap voor dit belangrijke energiedossier. Nu moet de confrontatie met de Europese Commissie en vooral de Europese Raad beginnen. Een eensgezind parlement kan echter duidelijk maken dat het de Europese verkozenen ernst is met de energieproblematiek.