Biobrandstoffen: Europese raad moddert verder aan

Vanmorgen hebben de Europese energieministers een voorstel van compromis met aanpassingen aan de beleid rond biobrandstoffen verworpen. Dat voorstel van het Litouwse EU-voorzitterschap hield een plafond van 7% in voor biobrandstoffen voor transport, afkomstig van voedingsgewassen. In het voorstel zat ook een verplichting om de indirecte impact van biobrandstoffen op landgebruik (de zogenaamde ILUC: indirect land-use change) te rapporteren. Een eerder voorstel om minstens 2,5% aan tweede generatie biobrandstoffen (niet afkomstig van voedingsgewassen) op te leggen, maakt geen deel meer uit van het compromisvoorstel.

Zeven lidstaten, samen goed voor een blokkeringsminderheid, hielden de deal tegen, zij het om verschilllende redenen. België, Denemarken, Italië, Luxemburg en Nederland vonden het door de Raad voorgestelde plafond te hoog en willen het gebruik van biobrandstoffen uit voedingsgewassen verder naar beneden (het oorspronkelijke voorstel van de Europese commissie was 5%, het Europees parlement kwam tot een compromis van 6 %). Polen en Hongarije voegden zich bij deze groep, zij het om compleet tegengestelde reden: zij vinden dat de 7% al veel te ver gaat en willen helemaal geen plafond voor dergelijke biobrandstoffen van de eerste generatie.

In september bepaalde het Europees parlement haar standpunt (met o.m. een plafond van 6%), maar conservatieven in het EP verhinderden dat de Franse liberale rapporteur voor het parlement, Corinne Lepage, de onderhandelingen zou kunnen starten met de Europese Raad. Die Raad tracht nu dus haar standpunt vast te leggen, maar dat lijkt maar niet te lukken.

Daarmee ligt de bal in het kamp van het volgende Europese voorzitterschap. Griekenland, dat op 1 januari de halfjaarlijkse beurtrol op zich neemt, zal met een nieuw compromisvoorstel moeten komen. België steekt zijn nek uit, neemt een goed standpunt in en verdient daar voor alle lof. De huidige regelgeving is echter erg problematisch gebleken en het feit dat er geen akkoord gevonden wordt, bestendigt een negatieve toestand. De werkzaamheden van het parlement eindigen volgend voorjaar in aanloop naar de Europese verkiezingen en de kans dat door dit uitstel het huidige parlement zich nog zal kunnen uitspreken is nagenoeg onbestaande. Heel wat lobby-inspanningen vanuit de producenten van de eerste generatie biobrandstoffen lijken daar ook echt op te mikken. Er gaat dus veel tijd verloren, maar ik ben uiteraard blij dat het Belgische standpunt een verdere afzwakking van de voorstellen tegen houdt, hopelijk kunnen andere lidstaten nog overtuigd worden om de progressieve lijn te steunen.  Landen zoals het VK, Duitsland, Zweden en Finland, die eerder lieten verstaan de effecten van indirect landgebruik in rekening te willen brengen, houden zich nogal op de vlakte momenteel.

De NGO Transport and Environment berekende dat het verworpen plafond van 7% vergeleken met de 5% voorgesteld door de Commissie zou neerkomen op een klimaatimpact van 9 miljoen extra auto's op de Europese wegen tegen 2020.