Amendement Van Brempt reserveert minstens 40 procent Europese investeringssteun voor klimaatactie

Minstens 40 procent van de strategische investeringssteun van de Europese Unie moeten gaan naar het bereiken van de klimaatdoelstellingen. Dat amendement, ingediend door Europees parlementslid Kathleen Van Brempt, wil van het InvestEU-programma een instrument maken dat niet enkel nieuwe jobs creëert, maar dat voor een groot deel doet in duurzame en sociale investeringen.

Het InvestEU-programma, waarover morgen in de plenaire vergadering wordt gestemd, is de opvolger van het befaamde EFSI (het Europees Fonds voor Duurzame Investeringen), beter gekend als het Junckerfonds. Dat wilde, na de financiële en economische crisis, private bedrijven en overheden aansporen om opnieuw te investeren en zo de economische motor terug te laten aanslaan. Het fonds bood financiële garanties voor eerder risicovolle investeringen die anders niet zouden gebeuren. De Europese Commissie voorziet voor het nieuwe InvestEU-programma 38 miljard euro garantiesteun. Dat zou voldoende zijn om voor 650 miljard euro investeringen te deblokkeren. Het Europees parlement vraagt dat bedrag nog op te trekken tot 40.8 miljard, om uiteindelijke bijna 700 miljard euro aan investeringen te ontlokken.

"Om te verhinderen dat dergelijke investeringen contraproductief zijn of befaamde witte olifanten creëren (grote nutteloze bouwwerken bijvoorbeeld) wilden we de zekerheid dat die middelen naar essentiële investeringen gaan,” zegt Van Brempt. “Ik heb daartoe een amendement ingediend dat er voor zorgt dat minstens 40 procent van de investeringen gaan naar de realisatie van klimaatdoelstellingen.”  Hoewel er morgen nog moet gestemd worden, trekt niemand die 40 procent nog in twijfel. Maar om die voor het volledige InvestEU-programma te kunnen halen, is het nodig dat 65 procent van investeringssteun voor infrastructuurwerken naar klimaatdoelstellingen zal gaan. “Dat is in de bevoegde commissies reeds goedgekeurd, maar de conservatieven en meebepaald de Europese christendemocraten willen dat morgen weer afzwakken,” zegt Van Brempt. “Het zal morgen dus duidelijk worden of de christendemocraten het menen als ze aan hun kiezers zeggen dat ze wel degelijk een ambitieus klimaatbeleid willen voeren.”

In infrastructuurwerken liggen namelijk heel wat kansen om de klimaatdoelen te bereiken. “Dat kunnen bijvoorbeeld investeringen zijn in duurzame infrastructuur voor transport, hernieuwbare energie, energie-efficiënte, de verwerking van grondstoffen…”  Van Brempt is er ook in geslaagd een deel van de middelen specifiek te reserveren voor de renovatie van gebouwen. “Volgens het Internationaal Energie Agentschap moet 75 procent van de Europese inspanningen om broeikasgassen te verminderen komen van energie-efficiëntie. Een groot deel daarvan zal moeten komen door het energie-zuinig maken van onze gebouwen. Het voordeel daarvan is dat dergelijke investeringen zich vrij snel terugbetalen, omdat je enorm bespaart op de energiekosten. Alleen gebeuren de investeringen vandaag onvoldoende. Via het Invest-EU-programma kan er nu bijvoorbeeld gewerkt worden met prefinanciering, zodat eigenaars of huurders geen grote bedragen in één keer moeten neertellen, maar de totale kost van de renovatie, beetje bij beetje terugbetalen met wat ze uitsparen aan energiekosten.”.”

Waar tijdens de vorige Europese legislatuur nog sterk de nadruk lag op overheidsbesparingen die leidden tot desinvesteringen, hebben we deze legislatuur, dankzij de sociaal-democraten, een nieuwe investeringsgolf doen ontstaan. Die investeringen moeten ook grotendeels naar duurzame en sociale projecten gaan. We evolueren zo langzaam naar een InvesteringsUnie voor de toekomst. Wij hopen alvast dat ook de lidstaten in de Raad het standpunt van het parlement zullen volgen tijdens de onderhandelingen die eerstdaags worden aangevat.