Als het van N-VA afhangt, gaat Europees energiebesparingsbeleid terug naar af

Morgen stemt de commissie industrie van het Europees parlement twee belangrijke richtlijnen over hernieuwbare energie en energie-efficientie. Als het van de Europese conservatieven - onder leiding van N-VA - afhangt, komt er van energiebesparing in de toekomst niets meer in huis. Zelfs het bedrijfsleven trekt aan de alarmbel.


De herzieningen van de twee Europese richtlijnen trekken de krijtlijnen voor het beleid met betrekking tot energiebesparing (energie-efficientie) en de omslag naar hernieuwbare energie in Europa tussen 2020 en 2030. De laatste, zogenaamde 2020 richtlijnen voorzagen dat binnen de EU 20 procent hernieuwbare energie, 20 procent energie-efficiëntiewinst en 20 procent reductie van broeikasgassen moesten gehaald worden tegen 2020. 

De nieuwe richtlijnen leggen streefdoelen op voor 2030. De Europese Commissie wil een reductie van broeikasgassen met minstens 40 procent (doelstelling reeds verworven), 27 procent hernieuwbare energie én een bindende 30 procent energie-efficiëntiedoelstelling. De sociaal-democraten in het Europees parlement pleiten voor ambitieuzere doelstellingen, namelijk 35 procent hernieuwbare energie en 40 procent energie-efficientie. 

Christendemocraten en reformisten verwerpen niet enkel de ambitieuzere doelstellingen voor energie-efficientie, ze willen morgen het voorstel van de Europese Commissie in de commissie industrie zelfs afzwakken door ook het bindende karakter ervan te schrappen.

De afgezwakte amendementen van de conservatieven in het Europees parlement werden opgesteld door schaduwrapporteur Anneleen Van Bossuyt (N-VA). Het is merkwaardig dat zelfs het bedrijfsleven pleit voor de ambitieuzere en bindende doelstellingen, want een coalitie van 32 grote bedrijven met vestiging in België zoals Philips, Siemens, Knauf en Rockwool, hebben in een brief de N-VA opgeroepen om morgen toch de ambitieuzere doelstellingen te steunen.

Het bedrijfsleven heeft begrepen dat meer energie-efficiëntie nastreven geen economisch nadeel, maar een economisch voordeel met zich meebrengt. Niet alleen maakt een bindende doelstelling van 40 procent de Europese economie energie-onafhankelijker, het zorgt voor nieuwe jobs - volgens de Commissie zelfs 3 miljoen extra jobs - bespaart tientallen miljarden in de kosten voor de gezondheidszorg én zorgt er zelfs voor dat we de uitstoot van broeikasgassen makkelijker kunnen afbouwen. Mochten we bijvoorbeeld efficiënter omspringen met energieverbruik in de Antwerpse haven, zouden we de hele Antwerpse agglomeratie kunnen verwarmen door de restwarmte van de havenindustrie via warmtenetten te verspreiden. Nu verwarmen we met die restwarmte de atmosfeer in plaats van de woningen in Antwerpen. Door efficiënter te werken, zouden we ook het gebruik van gas voor stookinstallaties in de haven drastisch kunnen verminderen. Het bedrijfsleven wil investeren in innovatie inzake energie-efficiëntie maar wil daarvoor kunnen rekenen op een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat. De ambitieuze en bindende doelstelling van 40 procent biedt die investeringszekerheid; het lagere en vrijblijvende voorstel van N-VA haal die duidelijkheid voor het bedrijfsleven onderuit.