Saoedische investeringen leggen CO2-bom onder Antwerpen en Vlaanderen

Antwerpen moet zelf haar afvalbeleid in handen nemen en inpassen in een plan voor circulaire economie. De stad hoopt maar beter niet op het megalomane Saoedische Energy Recovery Systems (ERS). Deze waste-to-chemical fabriek is immers een echte CO2-bom, die de uitstoot van andere lidstaten naar Antwerpen en Vlaanderen importeert en ons hele klimaatbeleid op de helling zet. Afvalbeheer in het kader van circulaire economie mag niet ten koste gaan van het klimaatbeleid.

De vergassingsinstallatie die de Saoedische investeerders willen bouwen in de Antwerpse haven zal maar liefst 3,5 miljoen ton plasticafval per jaar verwerken. Dat is meer dan 23 keer de hoeveelheid afval die ISVAG jaarlijks verbrandt en meer dan drie maal de totale hoeveelheid huishoudelijk restafval in Vlaanderen. Niet alleen zit daar plastic tussen dat ook mechanisch kan gerecycleerd worden - wat nog steeds meer materiaal en energie uitspaart - de investeerders worden ook gelinkt aan de financiers van het wahabitisch fundamentalisme. Dat op zich zou al voldoende moeten zijn om het project on hold te zetten.

Maar er zijn ook andere, doorslaggevende redenen om niet te kiezen voor deze verrassingsfabriek. De Saoedische installatie wordt een echte CO2-bom. Volgens ERS zou de plant jaarlijks 4,2 miljoen ton CO2 uitstoten, waarvan een klein miljoen ton in de geproduceerde producten wordt vastgelegd. Uiteindelijk  gaat er nog altijd 3,3 miljoen ton de lucht in. Bovendien is er geen sprake van die installatie om CO2 te verwerken, noch in de plannen, noch in het investeringsbudget.

Bovendien lijkt ERS de CO2-productie van haar installatie sterk te onderschatten. Studies van de Europese Commissie geven aan dat plastic afval een dubbel zo grote verbrandingswaarde heeft dan deze waar ERS mee rekent. Als men enkel plastic afval zou verwerken zou er volgens onze berekeningen jaarlijks eerder 8,7 miljoen ton CO2 worden uitgestoten.

Die gigantische uitstoot heeft uiteraard een impact op ons klimaatbeleid. Als de installatie volledig onder het Europese emissiehandelssysteem (ETS) valt leidt dit tot een verwachtte jaarlijkse uitstootkost van zo'n 56 miljoen €. Dat is 34 procent van de huidige marktwaarde van geproduceerde ammoniak. Dan rijst de vraag of de installatie nog  rendabel kan zijn.

Mocht de installatie geheel of grotendeels onder de non-ETS-sectoren vallen, dan is het volstrekt onduidelijk hoe ons land haar klimaatdoelstellingen nog kan halen.  België moet bijvoorbeeld haar non-ETS emissies tegen 2020 met 15 procent verminderen, voor Vlaanderen bedraagt dat 15,7 procent. Dat betekent dat Vlaanderen tegen 2020 minstens 7,11 miljoen ton CO2 minder mag uitstoten. Als daar 3,3 miljoen ton CO2 bijkomt van de ERS installatie, dan nemen de klimaatinspanningen van Vlaanderen met de helft toe. 

Alternatieven

Er zijn nochtans alternatieven voor de Saoedische fabriek. Circulaire economie is meer dan afval hergebruiken. Het veronderstelt een nieuwe organisatie van de economie waarbij bij elke stap duurzaamheid voorop moet staan.

Antwerpen moet bijvoorbeeld een plan uitwerken om het Antwerpse restafval via chemische recyclage om te zetten naar methanol. Daarbij wordt veel meer koolstof gerecycleerd  dan in een afval-naar-ammoniak installatie. Methanol kan zelfs gebruikt worden als alternatieve brandstof in de vloot van het havenbedrijf. Die stoot heel wat CO2, fijn stof en stikstofoxiden uit. Alle sleepboten samen bijvoorbeeld, verbruikten in 2012 ongeveer 6.000 ton gasolie, wat overeenkomt met een uitstoot van ongeveer 15.600.000 kg CO2 of de uitstoot van een kleine 7000 wagens.

Een omschakeling naar methanol vermindert niet enkel de CO2-uitstoot, maar ook die van zwaveldioxide, fijn stof en NOx, wat zal helpen de zwaar vervuilde Antwerpse lucht op te klaren. 

In plaats van te wachten op dubieuze investeringen van derden, gaan we beter zelf actief op zoek naar de juiste investeringen en de juiste technologie om de nog ontbrekende schakels in ons industrieel ecosysteem in te vullen. Dat kan met de chemische recyclage van het Antwerps huishoudelijk restafval op een site in de Antwerpse haven als alternatief voor een nieuwe en grotere verbrandingsoven op de terreinen van ISVAG en de uitbouw van een ware methanol-cluster, waarbij methanol ook als scheepsbrandstof wordt gebruikt in de eigen havenvloot. Met de opbouw van zo een stedelijk-industrieel ecosysteem dringen we de uitstoot van onze CO2 flink terug, in plaats van ze explosief te laten toenemen zoals met de Saoedische investering.

Antwerpen kan veel meer waarde halen uit haar afvalstromen. Naast de chemische recyclage van restafval naar methanol, kunnen we ook het Antwerpse GFT-afval omzetten naar elektriciteit én warmte (IGEAN) en de seizoensgebonden warmteoverschotten van stortplaats en GFT-vergisting (Hooge Maey en IGEAN) omzetten in elektriciteit. Op die manier kunnen veel meer energie en grondstoffen worden uitgespaard dan vandaag. Alternatieven voor de bestaande installaties van ISVAG en IGEAN kunnen jaarlijks 13.000 tot 20.000 ton CO2 uitstoot vermijden. Op die manier bouwen we ook een innovatievoorsprong op en verminderen de vervuilende uitstoot van stikstofoxiden en fijn stof.