De verenigde steden van Europa

Verslag Lezing 'Is de toekomst aan de stad' met Benjamin Barber

Aan het begin van deze eeuw wonen er voor het eerst in de geschiedenis van de mensheid meer mensen in de stad dan op het platteland. De explosieve groei van steden is een vrij recent fenomeen. In 1800 leefde slecht 3 procent van de wereldbevolking in een stad; in 1950 30 procent. Maar in 2050 zal 80 procent van de wereldbevolking in steden wonen. Zo zullen er in China de komende decennia zo'n 400 miljoen mensen - de omvang van de huidige bevolking van de VS - naar de stad migreren.

Ook in Europa woont ondertussen meer dan tweederde van de bevolking in stedelijk gebied. De Europese steden worden steeds meer uitgedaagd om zelf antwoorden te vinden op de uitdagingen van de toekomst: groeiende (jongeren)werkloosheid, de gevolgen van de economische crisis, de energie- en voedselproblematiek, toenemende migratiebewegingen, de aanpak van luchtvervuiling en geluidshinder. 

Steden verbruiken vandaag 70 procent van alle energie ter wereld en stoten 80 procent van alle CO2 uit. In de stad concentreren zich alle problemen, maar de stad is ook de oplossing voor de meeste van deze problemen.Steden zijn immers bijzonder efficiënte netwerken. De stad biedt de meest duurzame manier om te wonen en te werken. Ze biedt diensten en voorzieningen collectief aan op een relatief kleine oppervlakte. Stadsontwikkeling en innovatie zijn vandaag twee begrippen die hand in hand gaan. In Stockholm werden oude verbrandingsovens uitgerust met de best beschikbare technologieën, zodat ze nu de krachtbron zijn voor collectieve warmtenetten. De Périférique, ooit de ringweg rond Parijs en nu de aorta van de uitdijende stad, geeft aanleiding tot de ontwikkeling van een groen Parijs. De Calle Trenta in Madrid creëert nieuwe, publieke groene ruimte voor haar inwoners.

Steden introduceerden de succesvolle fietsverhuursystemen in een poging transport duurzamer te maken. Meer mensen in de stad betekent vaak ook dat mensen dichter op elkaar moeten wonen. Innovatieve groene torengebouwen met verticale tuinen die hun energie putten uit de windturbulenties in de stad staan in de steigers. Binnen die trend van ecologisch bewustzijn en transitiedenken neemt ook de maatschappelijke interesse voor allerlei vormen van 'stadslandbouw' en lokale voedselproductie toe. Steden bepalen in sterke mate de richting waarin een duurzame toekomst vorm kan krijgen.

Oeverloze compromissen

Hoewel steden de noodzaak voelen om zich klaar te maken voor de droom van een duurzame toekomst, staan er "wetten en praktische bezwaren in de weg" die vaak opgelegd worden door hogere bestuursniveaus die nauwelijks het belang van de stad verdedigen. De onderlinge akkoorden die natiestaten met elkaar bedisselen, verzanden vaak in oeverloze compromissen die de stad eerder ketenen dan haar de kansen te geven om echte oplossingen uit te werken.

In zijn boek If Mayors Ruled the World, dat dit najaar verschijnt, stelt de Amerikaanse politicoloog Benjamin Barber dat steden de sleutels in handen hebben om ons een duurzame toekomst te schenken (DM 14/6). Terwijl regeringsleiders in 1995 de milieuconferentie in Kopenhagen "met lange gezichten" verlieten, maakten burgemeesters in de Deense hoofdstad concrete afspraken om de CO2-uitstoot terug te dringen. Door de inzet van elektrische schepen in de haven van Los Angeles werd de uitstoot van de haven met de helft gereduceerd. Hoe zou de auto-industrie reageren, mochten morgen diezelfde burgemeesters een mondiaal akkoord sluiten om vervuilende wagens niet langer in hun stadskernen te dulden?

Nationale staten kunnen de internationale problemen niet langer aan. Hoe internationaler de vraagstukken, hoe meer de staat disfunctioneert. Landen zijn logge tankers die lastig van koers wijzigen. Natiestaten steunen immers sterk op hun onafhankelijkheid, terwijl de wereld steeds meer onderling afhankelijk is geworden: natiestaten zijn independent, terwijl de wereld interdependent is geworden. De klimaatproblematiek, migraties, de wereldwijde markt, grote ondernemingen, kapitaalstromen en speculaties, wapenhandel. Ze kennen geen grenzen. Natiestaten geraken vaak niet verder dan het status quo, in hun poging hun nationale belangen te verdedigen en hun soevereiniteit te bewaren. "Bemoei u niet met onze staatszaken" is een veelgehoorde kritiek als 'buitenstaanders' een land oproepen om de CO2-uitstoot te verminderen of minimumlonen in te voeren.

Steden worden niet gehinderd door soevereiniteit of door grenzen. In steden vertalen zich globale processen in tastbare problematieken, die praktische oplossingen vereisen. Als die lokale oplossingen zich verspreiden in een netwerk van steden, kunnen steden een cruciale rol spelen in de uitbouw van een mondiaal verhaal van duurzaamheid. In de feiten gebeurt dat al. Steden hebben wereldwijde netwerken opgezet zoals de C-40 - steden die samen klimaatverandering willen aanpakken -, de World Mayor Summit, Local Governments for Sustainability (ICLEI), Metropolis, the European Union's Secretariat of Cities. Steden worden immers met precies dezelfde problemen geconfronteerd en leren van elkaars oplossingen.

In die informele netwerken van steden borrelen oplossingen voor mondiale problemen naar boven, ideeën die meteen toegepast kunnen worden op stedelijk niveau, niet gehinderd door het status quo van de natiestaten. Steden zouden zo wel eens de behoeders van onze planeet kunnen worden, niet alleen omdat ze wel verplicht zijn om pragmatisch naar oplossingen te zoeken, maar ook omdat hun schaal nog echte participatie en dus echte democratie kan toelaten.

Volgens Barber zijn samenwerkingsverbanden tussen natiestaten, zoals de Verenigde Naties, volstrekt ongeschikt om een echt mondiaal bestuur te ontwikkelen. De feiten bewijzen dat. Maar een wereldparlement van steden zou dat wel kunnen, op basis van vrijwillige samenwerking. Hetzelfde kan gezegd worden over Europa. Waar het Europees Parlement vaak nog het algemeen belang van de Unie voor ogen houdt, is de Europese Raad - de vergadering van de leiders van de lidstaten én het orgaan dat het algemene beleid van de Unie uittekent - een clubje dat louter de belangen van de eigen lidstaat voor ogen heeft. De financiële crisis heeft aangetoond dat evidente maatregelen niet genomen worden omdat de ene lidstaat vreest de duimen te moeten leggen voor de andere. De Duitse bondskanselier zal enkel rekening houden met haar electorale belangen in Duitsland. Mocht het algemene Europese beleid mee bepaald worden door Europese burgemeesters, zou Europa er vandaag anders uitzien.

Stedenbureaus

Een Europese regelgeving over de vermindering van uitstoot van auto's zou veel makkelijker gehoor vinden bij burgemeesters, omdat zij dagelijks geconfronteerd worden met de gevolgen van de beschamende luchtkwaliteit in hun steden. We kunnen dus wel dromen van de Verenigde Staten van Europa, maar we zouden veel meer vooruitgang boeken als we de Verenigde Steden van Europa in het leven zouden roepen. Een ambitieuze vergadering van EU-burgemeesters, die zich op regelmatige tijdstippen buigt over de problemen van Europa zou inspirerend werken en een gezaghebbende stem zijn in het Europese debat.

Landen als Nederland en Groot-Brittannië hebben al begrepen dat de stem van de stad in Europa moet gehoord worden en hebben in Brussel 'stedenbureaus' die lobbyen voor het belang van de stad. België heeft zo'n stedenbureau nog niet. Nochtans zijn de problemen van Luik, Brussel, Gent en Antwerpen gelijklopend en zou een Belgisch stedelijk samenwerkingsverband - "l'union urbaine fait la force" - wellicht nuttiger zijn dan de organisatie van communautaire conflicten. Wij zijn in ons land bezig nieuwe natiestaten uit te vinden, terwijl net natiestaten ongeschikt zijn om grensoverschrijdende problemen aan te pakken.

Steden hoeven niet in conflict te gaan met de natiestaat waarvan ze juridisch en legaal afhankelijk zijn en ze moeten ook oog hebben voor de problematieken van de landelijke gebieden. Maar dat ligt sowieso in hun aard: steden zijn interdependent. Ze hangen voor hun voedselvoorziening, voor hun energie en voor een groot deel van hun arbeidskrachten af van de brede regio's die zich rond hun kern bevinden. De stad heeft geen belang bij een conflict met het platteland. Vlaanderen is overigens grotendeels verstedelijkt. Wij kennen geen megacities zoals Londen, Madrid, São Paulo of Bangkok. De Vlaamse bouwmeester spreekt over "decentrale metropolitane territoria", verstedelijkte gebieden zoals die ook bestaan in de Venetoregio in Italië, in de Zwitserse stedelijke valleien of in de Britse Midlands.

Een Belgisch stedelijk netwerk beperkt zich daarom niet tot Luik, Brussel, Gent en Antwerpen, maar omvat de brede gebieden rond die steden. Noem het stadsregio's of stadsgewesten. Het zou zinvol zijn dergelijke stadsregio's uit te bouwen en ze meer bestuurlijke slagkracht te geven op het vlak van bijvoorbeeld openbaar vervoer, energievoorziening, afvalverwerking, drinkwatervoorziening of recyclage. En het zou ons een stap vooruit helpen als die stadsregio's onderling zouden samenwerken, zowel op Belgisch, Europees als mondiaal niveau.